Als hij nog geen toestemming van autoriteiten heeft om te spreken, reist hij toch vast af. Als hij geen uitnodiging heeft voor een bezoek, dan zorgt hij wel dat hij uitgenodigd wordt. Arrogantie? Nee, een rotsvast vertrouwen dat God deuren opent én de overtuiging om overal over Christus te vertellen. Met stil zitten en afwachten heeft de 82-jarige Open Doors-oprichter Anne van der Bijl nog altijd niets. Een verhaal over zijn ontmoetingen in Talibanland, zijn reisplannen en ideeën, die hij nog meer dan genoeg heeft. “Je moet initiatief durven nemen. Het wordt pas gevaarlijk als je níets doet.”
Er gebeurt nog veel te veel onrecht en verdrukking in de wereld voor Anne van der Bijl om rustig achterover te gaan zitten en van zijn oude dag te genieten. De oprichter van Open Doors kan het niet laten om zijn vervolgde broers en zussen op te zoeken om hen te steunen. Hij kan het ook niet laten om leden van terreurbewegingen en Talibanstrijders in de dop over Christus te vertellen. Hij wíl dat werk overigens ook helemaal niet laten. “Christus is de enige die verschil kan maken in het leven van mensen.”
‘Kom nu maar niet’
Van stoppen of het rustiger aandoen is nauwelijks sprake. Eerder dit jaar was hij bijvoorbeeld in Syrië om christenen te bemoedigen. En zodra er ook maar de vraag komt om naar een land als Pakistan te gaan om daar in de koranscholen over de Here Jezus te vertellen, dan pakt Anne zijn koffers. Pakistan en andere landen in de Golf, door Open Doors geschaard onder de naam ‘Talibanland’, hebben nog altijd het hart van Anne. Hij zorgde er zelf voor dat hij een aantal jaren geleden in een madrassa, een koranschool terechtkwam. ‘Gewoon’, omdat hij wilde weten hoe het daar was. Inmiddels wordt hij teruggevraagd. De laatste afspraak kon helaas niet doorgaan. “’Kom nu maar niet, broeder Anne’, liet de directeur van een koranschool laatst weten. Ze waren nog te druk bezig met het begraven van hun doden. Hadden ze daar weer de boel opgeblazen. Uit respect ben ik toen maar hier gebleven. Maar als het kan, dan ga ik weer.” Hij vertelt het even tussen neus en lippen door, net zo gemakkelijk als hij vertelt dat er elke keer wel weer voor hem bekende moslims of christenen – Anne spreekt bij beiden over ‘vrienden’ - zijn vermoord als hij naar één van deze gevaarlijke landen reist. Maar het raakt Anne wel degelijk wat er in deze landen gebeurt. “Ik vind het verschrikkelijk wat zich in deze landen afspeelt, dat mensen elkaar opblazen”, zegt hij. In zijn stem klinkt diepe bewogenheid door. Juist dat medeleven drijft hem om dat gevaar telkens weer op te zoeken. Alhoewel, gevaar? ’t Is altijd maar hoe je het bekijkt, merk je tijdens een gesprek met Anne. Wie hem de vraag stelt ‘Waarom ga je?’, stelt hij de wedervraag ‘Waarom ga je niet?’ “Het is gevaarlijk om te gaan. Maar het is nog gevaarlijker om niet te gaan”, zegt Anne keer op keer. “We missen vandaag de dag kansen om van deze wereld een andere wereld te maken. We gaan er vanuit dat het toch niet lukt, we hebben ons idee afgeschreven of het kan ons niet schelen wat er in de wereld gebeurt.”
Gewone mensen
Maar is hij dan nooit bang of zenuwachtig als hij een extremistische koranschool binnenstapt? Negentig procent van de studenten verdwijnt na hun opleiding regelrecht in de troepen van de Taliban. “Ik voel me erg lekker”, is het nuchtere antwoord. “Ik zie hen als gewone mensen. Ze weten dat ik niet kom om over koetjes en kalfjes te praten en dat willen ze ook niet. Ik herinner me mijn eerste bezoek aan een koranschool. Ik werd ook geacht iets te zeggen. Alle studenten stonden voor me op een binnenplaats. Ik heb mijn bijbel gepakt en gezegd dat dit het enige Boek is dat vertelt dat God de wereld liefheeft. Dat is het mooiste wat er is. Ze hingen aan mijn lippen en vroegen me terug te komen. Wij leven in Nederland met zulke waandenkbeelden, we zijn zo bang geworden. De Here Jezus schuwde nooit gevaarlijke omstandigheden.”
God aan het werk
Maar wat maakt een bezoek van Anne van der Bijl nu uit? Keren deze toekomstige Talibanstrijders zich af van de heilige oorlog en worden ze christen? “Dat weet ik niet. Ik krijg niet de kans met de leerlingen zelf te praten, maar alleen met de leiders. Maar ze vragen of ik terugkom. Ze vragen om bijbels. De stroom van bijbels houdt niet op. Ik weet niet wat er gebeurt als ik weer weg ben. Ik weet niet hoe God dit gebruikt. En ik hoef het ook niet te weten. Het gaat om het feit dat ik hen gelukkig wil zien, het feit dat ik ze zo graag gered wil zien. Daarom kom ik weer terug.”
Open Doors-dag
Anne is een van de sprekers op de Open Doors-dag op zaterdag 6 november. Hij zit tussen twee sprekers in die zich ook niet lieten weerhouden groots te denken. De dag begint met een terugblik op Project Parel, waar in één nacht 1 miljoen bijbels over het water China werden binnengesmokkeld. Bill Tinsley, de kapitein van het ‘smokkelschip’, komt naar Zwolle om op dit wapenfeit terug te blikken. Na Anne spreekt Butros, de hoofdpersoon uit het boek geheime gelovigen. Hij is op dit moment in het Midden-Oosten bezig met een grootscheeps project, waarover hij meer zal vertellen op de Open Doors-dag.
Niet laten weerhouden
Een project als dat van Butros, een groots opgezet plan met visie, is koren op de molen van Anne. “Begin met grootse plannen, dan heb je meer reden om te geloven in succes. Laat je vooral niet weerhouden door je tegenstanders. Kijk hoe Paulus dat deed in de Bijbel. Hij heeft veel tegenstand ervaren, maar ging door, koste wat kost. Kijk naar mijn vriend Butros: Hij heeft elke reden om zijn land te verlaten. Hij is bedreigd, verraden door zijn eigen medewerkers, hij is zijn leven niet zeker. Maar hoe zou het zijn als hij niet de lokale kerk probeerde te helpen met boeken, training en andere hulp? Ik moet denken aan een meisje dat ik eens ontmoette. Zij groeide op in de sloppenwijken, kreeg van Open Doors lees- en schrijfles en gaat nu naar de universiteit. Ik kan misschien niet dé oplossing bieden in een land, maar ik kan wel íets doen. Niets doen is het enige wat nodig is om alles om zeep te helpen.”
Uitkijken
Maar de tijden zijn veranderd, ziet ook Anne. “Bij Project Parel hebben we luid en duidelijk uitgesproken dat we 1 miljoen bijbels China wilden binnenbrengen. Heel vrijmoedig deden we dat. Ik weet niet of dat nu nog zou kunnen, nu we te maken hebben met heel andere landen dan destijds. Het communisme was in zekere zin veel meer voorspelbaar. Als je werd gepakt als buitenlandse christen, werd je het land uitgezet of gevangen gezet. Natuurlijk, ook onder dat regime zijn veel mensen gedood. Maar in islamitische landen weet je het niet. Extremisten kunnen je zomaar direct vermoorden. Voor je het weet, ben je aan het provoceren. Daar moet je mee uitkijken.” Uitkijken, voorzichtig te werk gaan. Maar dat betekent niet dat het niet het proberen waard is, is het credo van Anne. “We moeten onze nek durven uitsteken. Niet andermans nek, maar jouw nek.”