Nu doneren 
 

Ontmoet Maria uit Irak

Maria uit IrakZe zit op Facebook, heeft veel vrienden, is net klaar met haar studie biologie en begonnen met haar eerste baan. Ze houdt van zwemmen en reizen. Maria komt uit Bagdad, de hoofdstad van Irak, en is 23 jaar oud. Ze heeft het best goed voor elkaar. Maar daarvoor heeft ze moeten vechten. Want vier jaar geleden is Maria samen met haar ouders en zusje gevlucht. Alles heeft ze achtergelaten, om in een andere stad haar leven weer op te bouwen.

“Als jullie niet binnen 24 uur weg zijn, dan ontvoeren we je dochters en doden we jullie.” Dat hoorde Maria’s moeder op een dag over de telefoon. De man aan de andere kant van de lijn liet er geen twijfel over bestaan wie ze waren en wat ze wilden. Moslimextremisten, erop uit om alle christenen uit de stad te verdrijven. Maria’s ouders aarzelden niet. Er waren in de stad al zoveel christenen verjaagd en vermoord. Ze gingen weg. Zo snel mogelijk. Ze namen afscheid van een paar familieleden, pakten wat dozen in met spulletjes, sloten de deur van hun huis achter zich en vluchtten met hun auto de stad uit.

Niets meer over

“We hadden niets meer over. We vluchtten naar Noord-Irak, waar mensen geen Arabisch, maar Koerdisch spreken. Het is hier een stuk veiliger. Ik had geen vrienden, ik sprak de taal dus niet en was bang. Het eerste jaar nadat we gevlucht waren, had ik het erg moeilijk. Ik moest helemaal opnieuw beginnen,” vertelt Maria. “Toch wist ik wel: ik moet iets doen om verder te kunnen. Ik kon niet blijven treuren om wat ik had verloren. Dat had geen zin. Het was allemaal al moeilijk genoeg. Ik moest ergens beginnen – toen ben ik gaan studeren en ik ben de taal gaan leren. Ik ben veel vrienden kwijtgeraakt door te verhuizen maar via de universiteit en via de kerk kreeg ik een paar nieuwe vrienden. Omdat ik hier gestudeerd heb, kon ik vrij makkelijk een baan vinden. En wat ik heel fijn vind, is dat het hier veilig is. Ik hoef niet constant op te letten en bang te zijn dat terroristen me ontvoeren.”

Altijd oppassen

Zich vrij kunnen bewegen, een baan hebben en naar de kerk kunnen gaan. In Bagdad was dat heel anders. “In Bagdad moest ik altijd oppassen. De extremisten weten waar de christenen wonen en houden je heel goed in de gaten. We gingen niet meer naar de kerk. Als ik op straat liep, keek ik altijd om  me heen of er niet iemand op me af kwam om me te pakken. Er zijn zoveel christenen bedreigd, verjaagd en vermoord. Ik wist nooit wanneer ik aan de beurt zou zijn. Het is goed dat we weg zijn, maar ik mis mijn vrienden enorm.”

Vrienden via Facebook

Hoewel ze hen niet meer kan zien en spreken, heeft Maria toch nog wel contact met haar vrienden uit Bagdad. Sommigen van hen zijn ook gevlucht en anderen wonen nog in Bagdad, ondanks het grote gevaar. “Gelukkig kan ik via internet contact hebben met mijn vrienden – christenen én moslims. Via Facebook kan ik ze vragen hoe het met ze is en kunnen we met elkaar praten. We delen heel veel met elkaar en ik ben blij dat dat nog wel kan.”

Blijf vooruit kijken

Maria moest alles achterlaten maar gaf niet op. Hoe ze het vol heeft gehouden? “Mijn vader en moeder zijn erg belangrijk voor me geweest. Zij  steunen mij en mijn zus en zeggen altijd: ‘Blijf vooruit kijken’. En dat doe ik dan ook. Ga niet in een hoekje zitten. Blijf niet hangen in dat hele grote probleem. Begin gewoon met iets kleins, dan kom je vanzelf verder.”

 
Bemoedigingen: 37
Ik bid voor jou