Foto: Noord-Koreaanse massaspelen om de 'grote leiders' te vereren.
 

Getuigenis Joo Eun

'Als de Here Jezus zelfs een Noord-Koreaan kan redden, kan Hij iedereen redden.'

Joo Eun groeide op in Noord-Korea, maar kwam in China tot geloof in Jezus Christus.Joo Eun pakt mijn notitieblok en pen en schrijft rustig letter voor letter op: ‘My name is Joo Eun’. Tussen haakjes schrijft ze ook haar Chinese naam. Even denkt ze na. Zal ze ook haar leeftijd, geboortedatum enzovoort opschrijven? Nee, ze geeft pen en papier terug en kijkt mijn vertaalster en mij verwachtingsvol aan. In de uren die ik met haar praat, blijkt dat deze kleine, magere vrouw een karakter mens is. Haar gebaren zijn fel en levendig. Haar woorden schilderen haar verhaal en de vertaalster ligt geregeld in een deuk. Ik ook, zelfs al begrijp ik haar woorden niet. Hoe kan het dat deze vrouw – die zoveel dood en lijden heeft meegemaakt – nog zoveel vuur in haar lijf heeft?

Joo Eun werd geboren in een dorp op grote afstand van de Noord-Koreaanse hoofdstad Pyongyang, minstens zes uur met de trein. De armoede in het dorp is groot en Joo Euns ouders, die als simpele arbeiders in de fabriek werkten, waren ook nog eens zo’n beetje de armste mensen in het dorp. “Die armoede zorgde voor grote problemen bij ons”, zegt Joo Eun. “Mijn ouders hadden altijd ruzie, omdat er te weinig geld en vaak te weinig eten was. Vooral mijn vader was een moeilijke man. Mijn ouders scheidden op een gegeven ogenblik en mijn broer en ik bleven bij mijn moeder wonen. Later hebben mijn ouders het weer goed gemaakt en zijn ze hertrouwd.”

Toespraken Kim Il-Sung

In haar jeugd bewonderden de mensen Joo Eun vanwege haar memorisatie- en spreektalent. Ze kon beter dan wie ook de toespraken en geschriften van Kim Il-Sung onthouden en voordragen. Nu weet ze daar niets meer van. “De Bijbel heeft de woorden van Kim Il-Sung uit mijn hoofd gedrukt.” Toch durfde ze nooit vrienden uit te nodigen thuis. “Ik schaamde me voor de armoede. Ik at bijvoorbeeld bijna alleen maar havermout en soms wat maïs. Rijst heb ik in Noord-Korea maar zelden gegeten.”

Opstanding

In haar jeugd hoorde Joo Eun maar zelden iets over het christendom. “Op school haalde de docenten wel eens voorbeelden van Russische en Westerse boeken aan. Daarin stond wel eens iets over de ‘opstanding’. Het zei ons niet zoveel, maar er werd ons verteld hoe slecht die godsdienst was die leerde over de opstanding. De geschriften van Kim Il-Sung en Kim Jong-Il waren veel verhevener. Daar hadden we meer aan. Toch heb ik vroeger wel eens bijbelverhalen gehoord. Mijn ouders vertelden wel eens over een grote overstroming die de hele aarde onder water zette. Ook wist ik wel iets over het kruis en de maagd Maria.”

Ongelijkheid

Op school kreeg ze vakken als wiskunde, wetenschap, cultuur, gym, geschiedenis en leerde ze over Kim Il-Sung en Kim Jong-Il. “We leerden dat in het buitenland er veel ongelijkheid was en dat wij het veel beter hadden. Ik geloofde alles wat me verteld werd, behalve dat er in ons land geen ongelijkheid was. Ik zag dat mijn vriendinnen arm waren, maar het toch iets beter hadden dan ik.”

De armoede zorgde er uiteindelijk voor dat Joo Eun na drie jaar moest stoppen met haar opleiding aan de universiteit. “Ik had geen geld genoeg om eten te kopen. Ik schaamde me zo dat ik een maand wegbleef. Als je in Noord-Korea een maand lang geen colleges volgt, word je automatisch van de universiteit gegooid. Ik ben nooit meer teruggegaan.”

Sterven met Kim Jong-Il

In 1994 gebeurde iets wat het leven van Joo Eun op zijn kop zette. Kim Il-Sung stierf. “Ik was met mijn moeder in de slaapvertrek van de plaatselijke fabriek toen het nieuws bekend werd gemaakt. Ik kon het niet geloven. Ik dacht dat het een leugen was! Langzaam drong het tot me door dat ‘vader Kim Il-Sung’ gestorven was. Ik was niet verdrietig, maar wel erg bezorgd. Hoe moest het nu verder met ons land? Gelukkig leefde Kim Jong-Il nog. Ik ging rekenen hoe oud hij was, wanneer hij ongeveer zou sterven en hoe oud ik dan zou zijn. Als hij doodging vóór mij, was er geen hoop meer. Ik nam me voor dan tegelijk met hem te sterven. Kim Jong-Il stelde ons na de dood van de ‘Grote Leider’ gerust. Hij schreef krantenartikelen, referaten en boeken over de toekomst van het land. Na het overlijden van Kim Il-Sung werden in het hele land bloemen gelegd bij zijn standbeelden. De rij was soms wel tien kilometer lang.”

1 2 3