Nu doneren 
Foto: Noord-Koreaanse massaspelen om de 'grote leiders' te vereren.
 

Kerstmis in Noord-Korea

Over een Kerk die zich dankzij Christus niet laat overweldigen door de poorten van het dodenrijk.

Geen feestverlichting, geen feestmaaltijd en zelfs geen kerstnachtdienst voor de volgelingen van Jezus Christus in Noord-Korea. Niemand mag stil staan bij de geboorte van onze Verlosser. Laat staan dat Kerst een officieel feest is. Toch vieren de christenen zelfs hier Kerst. Over een Kerk die zich dankzij Christus niet laat overweldigen door de poorten van het dodenrijk.

Het blijft een ogenblik stil in de verduisterde kamer. Dan opent de oudste van de vier mannen zijn mond. Hij weet dat hij zachtjes moet spreken, maar zijn hart ‘breekt’ als zijn lippen beginnen te bewegen. “Heer, wij hebben gezondigd, want we hebben gebogen voor het beeld van Kim Il-Sung. En Heer, ook onze ouders hebben gezondigd, want zij hebben gebogen voor de afgoden van de Japanners. Heer, vergeef ons! Het volk Israël moest veertig jaar in de woestijn blijven toen ze een gouden kalf maakten, maar wij… Wij lijden al meer dan vijftig jaar. Wanneer is het genoeg, Heer? Wanneer mogen we de kerken van onze voorouders weer openen?” Het spreken stopt. Het geluid van snikkende mannen vult de kleine, kale woonkamer. Kim Il-Sung en Kim Jong-Il kijken vanaf de muur neerbuigend op het groepje mannen neer.

Uitdrukkingsloze robots

Het zondebesef zit diep bij de Noord-Koreaanse christenen. Alle ellende die het land doormaakt, wijten zij aan de zonde van het volk. Het straatbeeld van de hoofdstad Pyongyang symboliseert de leegte van het bestaan. De stad staat vol met schitterende monumenten, goed onderhouden parkjes én vervallen flats. De mensen lopen als uitdrukkingsloze robots van en naar hun bestemming. Hun gespannen gezichten verraden waakzaamheid. Als ze langs het 21 meter hoge standbeeld van Kim Il-Sung lopen, buigen ze voordat ze hun weg vervolgen.

Koude Oorlog

Deze Kerst hangt er – evenals alle andere dagen van het jaar – geen feestverlichting in de straten van Pyongyang. De stad is grotendeels in het duister gehuld, alsof ze voortdurend paraat is voor de luchtaanval die ooit gaat komen. Noord-Korea is het enige land ter wereld waar de Koude Oorlog nog niet voorbij is en één van de weinige landen waar Kerst totaal niet gevierd mag worden.

“Maar de christenen staan natuurlijk wel stil bij de geboorte van Jezus Christus”, zegt broeder Simon, die vanuit een geheime locatie in China het werk van Open Doors coördineert. “Ze kunnen alleen niet even naar de kerk gaan om te zingen en te luisteren naar een preek. Ze kunnen zelfs niet bij elkaar op visite om samen de bijbel te lezen bijvoorbeeld. Christen zijn is in Noord-Korea een eenzaam gebeuren.”

Kerkdienst

Simons gedachten gaan naar de wekelijkse zondag in Noord-Korea. Het komt slechts sporadisch voor dat christenen zich veilig genoeg wanen om elkaar in kleine groepjes op te zoeken. Meestal bestaan samenkomsten uit slechts twee personen. “Een christen zoekt bijvoorbeeld een bankje op in het park, een andere christen gaat daar dan naast zitten. Soms is het te gevaarlijk om zelfs maar tegen elkaar te spreken, maar ze weten van elkaar dat ze christen zijn en dat is op zo’n moment genoeg. Is er niemand in de buurt, dan kunnen ze wellicht een bijbelvers delen dat ze uit het hoofd hebben geleerd en daar kort iets over zeggen. Ook wisselen ze gebedspunten uit. Vervolgens verlaten ze elkaar weer en zoeken ze ergens anders in hun stad of dorp weer een christen op. Zo gaat dat de hele zondag door. Een celgroepje bestaat meestal uit minder dan twintig christenen die elkaar op deze wijze bemoedigen en sterken. Daarnaast zijn er één op één ontmoetingen bij mensen thuis.”

Onopvallend samenkomen

Ook Kerst wordt op deze manier gevierd. Geen kerstnachtviering voor de gelovigen in Noord-Korea, maar een ontmoeting met een andere christen. “Kerst wordt vooral in het hart van de christen gevierd”, zegt Simon. “Alleen als een heel gezin zich tot Christus heeft bekeerd, kan je een soort echte samenkomst hebben. Als je je geloof maar stil kunt houden voor de buren. Verder is het mogelijk om in afgelegen gebieden eens een samenkomst te houden met een groepje van tien tot twintig personen. Een enkele keer is het mogelijk voor christenen om onopvallend de bergen in te gaan en op een geheime locatie een ‘dienst’ te houden. Dan kan het voorkomen dat er wel zestig tot zeventig Noord-Koreanen bij elkaar zitten.”

Kinderen

Het christendom wordt in Noord-Korea openlijk een ‘Amerikaanse godsdienst’ én een kankergezwel genoemd. Het regime geeft de Kerk de schuld van de val van het communisme in Europa. Daarom laat het geen methode onbenut om christenen te ontmaskeren. Zelfs kinderen worden misleid om hun ouders aan te geven. “Toch vertellen zij verhalen uit de Bijbel”, zegt Simon. “Maar ze doen alsof het sprookjes zijn en ze hebben het nooit over ‘God’ of ‘Jezus’. Ze vertellen bijvoorbeeld een verhaal over een koning die moest beslissen welke vrouw de moeder van een baby was en over een land dat zijn slaven niet wilde laten gaan en gestraft werd met tien plagen. Of over een man die op een berg zat en zei: “Gelukkig wie verdrietig zijn, want zij zullen naar de hemel gaan”.

De Kerk groeit

Net als op andere dagen in het jaar zullen tijdens de Kerstdagen christenen omkomen in de dodenkampen van Noord-Korea. De staat doet zijn uiterste best om het christendom uit te roeien. Nergens ter wereld wordt zo vaak de hoogste prijs betaald als in dit land met zijn draconische regime. Bovendien worden zowel in China als in Noord-Korea nog regelmatig Noord-Koreaanse christenen opgepakt. Zij worden zonder uitzondering doodgemarteld of in een werkkamp gestopt. Ondanks dit alles groeit de Kerk, stelt broeder Simon op basis van informatie uit zijn netwerken.

Terug naar Noord-Korea

Dat gebeurt vooral dankzij vluchtelingen, die in China tot geloof komen en terugkeren, zoals Dae. Ze was 19 toen ze haar land verliet om de honger en ellende te ontvluchten. In China kwam ze in een verkeerd milieu terecht. Verschillende mannen misbruikten haar jaren lang. Fysiek en psychisch was ze een wrak toen een Chinese christenvrouw haar voor het eerst ontmoette. De vrouw ging voor Dae zorgen, luisterde naar haar en langzaam begon ze open te staan voor Gods Woord. Uiteindelijk werd ze lichamelijk en geestelijk genezen en kwam ze tot geloof. “We wilden haar naar Zuid-Korea laten vluchten”, zegt broeder Simon. “Maar er kwam een kink in de kabel. Ze wilde niet naar Zuid-Korea, ze wilde terug naar Noord-Korea. Ook haar vrienden moesten weten van de opgestane Heer! Na veel discussie lieten we haar gaan. Eerst trainden we Dae en vervolgens stak ze met een zware studiebijbel de grens weer over.”

Lange tijd hoorde Simon niets van haar. Tot op een gegeven moment een medewerker contact met Dae had kunnen opnemen. Ze was veilig aangekomen. Haar vrienden waren inmiddels volgelingen van Jezus Christus geworden.

Verloochend

Maar niet elk verhaal loopt zo goed af. De 11-jarige Jong Cheol kwam eveneens tot geloof in China. Met een groepje vrienden werd hij opgepakt door de Chinese politie en zonder pardon teruggestuurd naar zijn vaderland. De Koreaanse agenten behandelden de kinderen net zo bruut als volwassen vluchtelingen. Eén jongen kon er niet meer tegen en verried dat Jong Cheol christen was. Daarmee was Jong Cheols doodvonnis een feit. “Toch is dat niet het eind van het verhaal”, zegt Simon. “Andere kinderen zijn vrijgelaten en opnieuw ontsnapt naar China. Zij hebben verteld dat Jong Cheol niet één keer de Here Jezus heeft verloochend.”

Ruim 2000 jaar geleden kwam Gods Zoon ter wereld. Dankzij Zijn offer aan het kruis is er nog hoop voor Noord-Korea. Die hoop is levend in talloze mensen die bereid zijn – desnoods deze Kerst – hun leven te geven voor hun Heer. Zij willen evenals de 11-jarige Jong Cheol tot in de dood toe hun Verlosser trouw blijven.