Een paar jaar geleden werd ze weduwe omdat haar man werd doodgeschoten. Ze kan alleen nog telefonisch contact hebben met haar tienerzoon. Acht maanden geleden moest ze met haar familie uit Mosul vluchten. Ze werden bedreigd met de dood. Nu woont ze met achttien familieleden in een veel te klein tweekamerappartement. De 30-jarige Rebecca uit Irak ging al heel vaak door een diep dal. Toch geeft ze niet op. “Ik lach veel maar van binnen huil ik vaak. Maar ik moet verder. Mét Gods steun.”
De Irakese stad Mosul was ooit een fijne stad om in te wonen. Langs de rivier stonden veel bomen. Mensen maakten er een praatje of picknickten er met elkaar. De wijken stonden vol mooie huizen. Voor christenen was het veilig. Nu zijn veel huizen verwoest, heerst er angst en zijn christenen hun leven niet zeker. “Al jaren is Mosul een gevaarlijke plaats voor christenen. We moesten altijd erg oppassen, maar het ging nog. Maar het leven werd steeds moeilijker. Toen kwam de dag dat we hoorden dat twee mannen uit onze kerk waren vermoord door moslimextremisten. Zelf werden we ook bedreigd,” vertelt Rebecca. “We moesten weg, koste wat het kost. Dus zijn we gegaan.”
Ik kon niet instorten
Samen met haar ouders, haar broers en hun gezinnen vlucht Rebecca uit de stad. “Ik heb mijn hele leven achtergelaten. Mijn baan, mijn huis, mijn vrienden, mijn herinneringen. Niets kon ik meenemen. Alles was ik kwijt.” Het is niet de eerste keer dat Rebecca met verlies te maken heeft. Vier jaar geleden werd haar man doodgeschoten. “Hij is niet vermoord door moslimextremisten, maar kwam terecht in een vuurgevecht. Vraag me er niet meer over, ik kan er niet over praten. Hij was gewoon op de verkeerde plek op het verkeerde moment. Toen ik het hoorde, was ik kapot. Maar ik kon niet instorten. Mijn zoon had me nodig. Dus zo goed en kwaad als het kon, probeerde ik mijn leven op te pakken.” Nu ze is gevlucht, moet ze wéér opnieuw beginnen.
Met haar vlucht kreeg Rebecca een extra klap te verwerken. Haar zoon moest ze achterlaten bij de christelijke familie van haar man. In haar land is het gewoon dat een zoon bij de familie van de vader blijft. Maar omdat de relatie met hen niet goed is en zij nu ook gevlucht zijn, kan Rebecca haar zoon niet bezoeken. “Ik spreek hem alleen over de telefoon. Elke keer bid en smeek ik God dat onze relatie goed zal blijven, want ik ben zo bang hij me straks niet meer wil kennen. Het is een worsteling. Hoe kan ik er nu als moeder voor hem zijn? Wie geeft hem raad nu zijn vader er niet meer is? Wie houdt hem vast als hij het moeilijk heeft? Ik verlang er zo naar hem weer in mijn armen te sluiten.”
Lachen en huilen
Hoe houd ik het vol? Elke dag stelt Rebecca die vraag. Aan zichzelf maar vooral aan God. In het tweekamerappartement waar ze met 18 familieleden op een kluitje woont, lukt het haar niet om rust te vinden. “Ik lach veel maar van binnen huil ik vaak. Ik kan mijn verdriet thuis niet kwijt. Als ik het te moeilijk krijg, ga ik naar buiten. Dan loop ik naar het park en zoek ik een rustig plekje op. Daar bid ik en soms schreeuw ik het uit naar God. Dat lucht op maar de pijn draag ik met mij mee. Als ik me weer wat beter voel, ga ik weer terug naar huis. Want ik moet verder. Mét Gods steun.”
Een geschenk uit de hemel
Veel andere gevluchte christenen in haar omgeving zien geen toekomst meer. Ze zijn bang en gedemotiveerd. Ondanks de pijn en het gemis laat Rebecca zich er echter niet van weerhouden om werk te zoeken en haar leven opnieuw op te bouwen. Ze komt in aanraking met Open Doors die haar een microkrediet geeft om een winkeltje te beginnen. “Deze winkel is een geschenk uit de hemel. Mijn twee broers en ik zijn de enigen in onze familie die nu een baan hebben. De zaak begint gelukkig goed te lopen. Er komen hier zowel christenen als moslims en veel vinden het leuk om een praatje te maken. Mijn lening heb ik bijna terugbetaald en als het kan, wil ik de winkel uitbreiden. Veel heb ik niet meer maar dit in ieder geval wel. Dit werk heeft me weer uitzicht gegeven”, vertelt Rebecca.
Dromen
“Toch droom ik nog steeds. Van rust en ontspanning. Een groter huis. Mijn zoon weer te zien. Om weer les te geven.”Rebecca was vroeger docent aardrijkskunde. Kennis overbrengen op scholieren, hen vertellen hoe de aarde in elkaar zat was haar passie. “Lesgeven kan ik nu niet meer. Al mijn papieren liggen nog in Mosul. En ook al zou ik ze hebben, dan worden ze hier niet erkend. Ik zou graag weer voor de klas staan. Maar als ik echt de keus had, zou ik Engels gaan leren. Engels vind ik zo’n prachtige taal! Ik wil Engeland zien en docent Engels worden. Dat kan alleen nu nog niet. Ik moet het doen met wat ik nu heb. Mijn familie, onderdak en werk. Ook al is ons huis veel te klein, en zijn we allemaal zo moe. Ook al doe ik niet het werk dat ik zo graag zou willen doen en mis ik mijn zoon en mijn man. De Here God leert mij geduld te hebben. Ik lees veel in de Bijbel. De psalmen zijn voor mij een enorme bron van herkenning, bemoediging en troost. Als ik de psalmen lees, lees ik eigenlijk mijn leven. Het is verschrikkelijk moeilijk om vol te houden. Maar ik red het met mijn geloof en de steun van mijn Hemelse Vader.”