‘Vrouwen in de cel zongen het plafond naar beneden’

Begin jaren tachtig beroofde een Vietnamese predikantsvrouw zichzelf van het leven, terwijl haar man in de gevangenis zat. ‘’Zijn naam verscheen op de Open Doors-gebedskalenders, voor hem werd gebeden. Maar over haar wisten we bijna niets. Later vernamen we via via dat ze na de gevangenneming van haar man, was achtergebleven met twee kinderen. Haar baby werd geboren terwijl haar man in Noord-Vietnam gevangen zat. Ik wist meteen: we missen iets als Open Doors. Ik stelde mezelf de vraag: wat als we ook voor haar hadden gebeden? Als zij bemoedigingskaarten had ontvangen? Zou het dan anders zijn gelopen?’’

Deze tragische gebeurtenis legde de kiem voor wat later zou uitgroeien tot een bloeiend Open Doors-gebedsnetwerk voor vrouwen, later bekend onder naam ‘Women to Women’. Vandaag zijn nog steeds 127 vrouwengebedsgroepen verspreid door heel Nederland actief. Met de passie van een jonge vrouw vertelt Anneke Companjen – inmiddels 72 en gepensioneerd –  over het prille begin.

‘’Deze zelfmoord van K’ Sup Nri had me enorm aangegrepen. Zij kon de druk niet langer aan. Maar op de Open Doors-gebedskalenders uit die tijd stonden vooral namen en fotootjes van mannen. We baden voor mannen die gevangen zaten, maar de informatie over vrouwen ontbrak simpelweg. Terwijl zij evengoed lijden, en misschien soms wel dubbel. Ik bracht het in gebed en zei; ‘Heer, als er iets is wat ik kan doen voor vrouwen zoals K’ Sup Nri, leid me dan’. Ik voelde een enorme bewogenheid maar had tegelijk geen idee wat ik zou kunnen betekenen.”

Bidden

“Johan, mijn man, reisde in die tijd de hele wereld over met Anne van der Bijl. Mijn taak was thuis, zo hadden we dat afgesproken. We hadden drie jonge kinderen. Later werd Johan directeur van Open Doors International. Maar hij hield me heel betrokken bij zijn werk, hij nam de verhalen mee naar huis. Hij heeft altijd gezegd: jij bent thuis, maar dit werk doen wij samen.’’ Anneke kon ‘alleen maar’ bidden.

Toen de kinderen groter werden, ging Anneke regelmatig mee op reis. Op die reizen probeerde ze contact te leggen met vrouwen. ‘’Ik luisterde naar hun verhalen.’ Ik ontmoette bijvoorbeeld Mama Kwang, een geweldige evangeliste uit China. Ze was intensief betrokken geweest bij het Project Parel (een roemrucht Bijbelsmokkelactie van Open Doors in de jaren tachtig, red.). Later was China ook het eerste land met een vrouwelijke directeur. Ik ontmoette sterke vrouwen, die ondanks veel tegenslagen het geloof vast wisten te houden. Maar ook vrouwen die in de schaduw stonden van hun lijdende man, die gebukt door het leven gingen.

Ik heb veel verdriet gehoord en tranen gehuild. We spraken bijvoorbeeld met een voorganger, hij had 22 jaar gevangen gezeten. Denk je eens in wat dat heeft betekend voor zijn vrouw! Toen ik hem ernaar vroeg,  was het enige wat hij over haar kon zeggen: ‘Mijn vrouw heeft ‘untold hardships’.  Zij was te druk met het bedienen van haar gasten. Later heeft ze voor mij een bandje gemaakt waarop ze haar verhaal vertelde. Dat wilde ik horen!  Het was mijn verlangen dat de stem van deze vrouwen ook gehoord zou worden.’’

Als Anneke thuiskomt van haar reizen, schrijft ze steevast de levensverhalen van de vrouwen die ze ontmoette van zich af. ‘’Het waren zulke intense verhalen. Ik was er vol van. Ik ging gewoon achter de computer zitten en begon met schrijven, ik moest er iets mee. Later werden die verhalen gebundeld in het boek ‘Hidden sorrow, lasting joy’ (De Nederlandse titel is: ‘Vergeten vrouwen’). ’Ik had dit nooit gepland, ik vond mezelf ook helemaal geen schrijfster. Maar God heeft dit boek gebruikt.’’

Anneke besefte vanaf het begin dat het cruciaal is om deze verhalen ook aan mannen te vertellen. ‘’De leiders binnen Open Doors waren toen wel mannen. Die had ik achter me nodig.’’

Op een internationale directeurenconferentie van Open Doors midden jaren negentig in Amerika wordt Anneke spontaan op het podium gevraagd. Of ze meer kan vertellen over het lijden van vrouwen die vervolgd worden.. De  programmadirecteuren werden geraakt. ‘Hier moeten we iets mee’, zeiden sommigen. “ Vanaf die tijd is er steeds meer aandacht voor vrouwen gekomen, in de projecten en in het gebedswerk van Open Doors. Dat raakte een snaar bij de donateurs en gebedspartners.

Vrouwen begonnen onze kantoren te bellen. Ze vroegen: wat kunnen wij doen? We willen helpen. Verschillende Open Doors-landen begonnen met een speciale tak voor vrouwen, in Nederland begonnen we met Women to Women. Het was nooit bedoeld als exclusieve vrouwentak. Ons doel was simpelweg om christelijke vrouwen te mobiliseren om vrouwen in de vervolgde kerk te versterken en ook om van hen te leren.”

Waarom koos je voor je boek de titel ‘Hidden sorrow lasting joy’?

‘’Ik heb veel verdriet gezien. Maar het verhaal van de Lijdende Kerk is dat van verdriet  en vreugde, Beide kanten moeten we belichten. Het is niet alleen een halleluja-verhaal, het is ook een boodschap van nederlagen. Er zijn vrouwen die bezweken onder de zware repressie, zoals die Vietnamese predikantsvrouw. Maar we kwamen ondanks de vreselijkste verhalen toch altijd heel bemoedigd terug van internationale reizen. We zagen veel verdriet en eenzaamheid, naar de mens gesproken uitzichtloos soms. Maar God maakt van punten komma’s, dat heb ik in de levens van vele vrouwen gezien.’’

Zie je Jezus in de vrouwen die je ontmoet?

‘’O ja! Ja ik zie Jezus in die vrouwen. Zonder Zijn kracht zouden die vrouwen echt diep in de put zitten! Ik moet denken aan drie Indonesische vrouwen die voor het gerecht moeten komen. In mijn tweede boek ‘Zingen in de nacht’ schrijf ik over hen. Rebekka, Ratna en Eti. Op die foto’s zie je vrachtwagens vol met in het wit geklede jihadstrijders, die brullen: ‘Deze vrouwen moeten dood!’ Zij vullen die hele rechtszaal. Als ik die drie kleine vrouwtjes voorin de rechtszaal zie zitten, denk ik: ‘Hoe kunnen jullie dit aan?’

Toen ik dit later aan Rebekka vroeg zei ze: ‘Ik heb die ochtend gevraagd aan Jezus: ‘Bent U hier?’ en ik kreeg als antwoord: ‘Ja ik ben erbij’. Dan ben ik niet bang’, zei ze. En inderdaad zaten die drie moeders daar heel kalm, tussen die woedende jihadstrijders. Dan zie ik Jezus in hen. Ik zie Jezus ook omdat ze toch kunnen vergeven. Dat gaat volkomen in tegen hun eigen natuur. Maar Hij Die in ons woont, is sterker dan de hele wereld. Geweldig is dat!

Toen ik jaren geleden in de Indonesische gevangenis was, hoorde ik die christelijke vrouwen zingen. De moslimbewaker zat erbij, maar werkelijk waar: ze zongen het plafond naar beneden. Dat illustreert het verhaal van de vervolgde kerk: hidden sorrow, lasting joy – verborgen verdriet, blijvende vreugde.’’

Anneke Companjen

Anneke Companjen (72) was actief betrokken bij het internationale vrouwenwerk van Open Doors. Ze is getrouwd met Johan Companjen, voormalig directeur Open Doors International. Anneke publiceerde verschillende boeken met vrouwenverhalen uit de vervolgde kerk, waaronder ‘’Vergeten vrouwen’’ (1999) en ‘’Zingen in de nacht’’ (2006). Door het pionierswerk van Anneke kwam het thema vrouwen binnen Open Doors wereldwijd op de kaart te staan. In 2006 werd hieruit het label ‘’Women to women’’ geboren. Tot op de dag van vandaag zijn in Nederland circa 130 vrouwengebedsgroepen actief.