De 55-jarige Sarata woont in Kameroen. Door het geweld van Boko Haram verloor zij zeven jaar geleden haar man.

“Tetekwa en ik waren al dertig jaar getrouwd. We werkten vaak samen op onze akker.” In 2013 begon Boko Haram met bomaanslagen; die constante dreiging bezorgde Tetekwa zoveel stress dat hij aan een hartaanval stierf. “Na zijn overlijden hadden we niets meer”, zegt Sarata, moeder van zes kinderen. “Mijn gezin kende alleen maar ontbering, alleen maar lijden. We zijn altijd bang om naar onze akker te gaan; te gevaarlijk vanwege Boko Haram.”

“Ik werd doodsbang, want juist daar liepen mijn kinderen.”

Sarata

Op een septemberdag in 2019 vielen Boko Haram-strijders opnieuw het dorp aan waar Sarata woonde. “We kwamen hen tegen in het buitengebied. Ze liepen ons voorbij, maar verderop begonnen ze te schieten”, weet Sarata nog. “Ik werd doodsbang, want juist daar liepen mijn kinderen.” Haar angst werd bewaarheid: haar dochter Lydia had zich verzet tegen ontvoering en was doodgeschoten. 

“Wat kan ik nog zeggen?”, fluistert ze. “Ik lijd. Als ik andere kinderen naar de kerk of naar school zie lopen, komt de pijn weer boven. Het enige wat telt, is de zorg voor mijn kinderen, dat het goed met hen zal gaan. Mijn gebed is dat de Here God mij blijft helpen. Het werk op het veld is de enige manier om te overleven. Maar wat als ik ziek word? Dat benauwt me. Het ergste is dat militanten hier rondzwerven. Thuisblijven zou het veiligst zijn, maar we moeten naar het veld. Elke dag leven we in angst, bang voor een hinderlaag.” 

Vraag het Open Doors Magazine gratis aan en lees meer over de dreiging van Boko Haram tegen christenen in Afrika.