Heimelijk getuigen als openheid gevaarlijk is

‘Als we aanbidden, maken we geen geluid. Om geen aandacht te trekken, klappen we niet in onze handen. We zitten gewoon samen aan tafel. Alsof we thee drinken.’ Zo ziet het pastorale werk van Roeslan* eruit. Geloven in het geheim.

Op het platteland van Centraal-Azië ligt het gevaar om als christen ontdekt te worden om de hoek. In deze gebieden leven veel moslims die traditioneel weinig op hebben met bekering tot een ander geloof. Op het platteland kunnen huiskerken alleen in het geheim bijeenkomen. Komt er een rondreizende prediker langs, dan trekken de heimelijke kerkbezoekers daar graag drie dagen van onderwijs en aanbidding voor uit.

Roeslan is al zestien jaar betrokken bij deze pastorale bediening, gesteund door een team en door Open Doors. Want voormalige moslims die christen zijn geworden, hebben het zwaar. Contact zoeken met elkaar is riskant. “Wie zijn huis openzet, moet absoluut een serieuze gelovige zijn”, benadrukt Roeslan. “Want het risico van vervolging is reëel.”

Gevaarlijke sekte

Roeslan weet het uit eigen ervaring. Zijn islamitische moeder moest niets van het christelijk geloof hebben. Toen zijn zus tot bekering kwam, waarschuwde zijn moeder in de plaatselijke krant dat de kerk een ‘sekte is die je kinderen wil inpikken’. Ze probeerde op allerlei manieren kerkdiensten te verhinderen. Tot ze zelf het licht zag.

“Vervolging is als een groeiende golf”, legt Roeslan beeldend uit. “Elk golfje begint nietig, maar ze kunnen uitgroeien tot woeste baren.” In zijn eigen leven zag hij eerst de tegenwerking van zijn moeder. Zij kwam uiteindelijk tot geloof en Roeslan volgde na enige tijd haar voorbeeld. Maar toen de familie er lucht van kreeg, verbrak die alle banden met de bekeerlingen.

Daarmee hield de golf van afkeer en afwijzing niet op. Roeslans dochtertje kreeg op school te maken met pestgedrag toen ze wilde vertellen over de Here Jezus. Haar moslimklasgenoten wilden niets horen over het evangelie, sloegen haar en sleepten haar naar buiten in de sneeuw. “Als je niet ophoudt, gooien we brandend zuur op je gezicht”, dreigden ze. Roeslan moest zijn dochtertje overplaatsen naar een andere school.

Ook thuis was zijn gezin niet veilig. Ruiten werden ingegooid, het huis gemolesteerd. Het gemeentebestuur waarschuwde Roeslan een paar keer om zijn bediening stop te zetten. Moslimgeestelijken deden nog eens een duit in het zakje. In enkele dorpen kregen christelijke gezinnen van hen te horen dat hun kinderen niet meer welkom waren op school. Hen werd verboden om hun vee te laten grazen waar moslims hun schapen en koeien weidden. Ook kregen ze geen water om hun akkers te irrigeren.

Christelijke begrafenis

Zelfs bij een sterfgeval bleef de tegenwerking doorgaan. Het begraven van een overleden geliefde is op zich al een emotionele gebeurtenis, maar het wordt extra uitputtend als de gemeenschap weigert christelijke begrafenissen toe te staan. Voor veel Centraal-Aziatische moslims is het begraven van een christen op een islamitische begraafplaats een ontheiliging.

Zo mocht een christelijk gezin hun vader niet in zijn eigen dorp begraven. Een groep gelovigen groef in een ander dorp een graf voor hem, tot een menigte hen wegjoeg. Roeslan: “We waren bang gestenigd te worden. We kregen de waarschuwing de overledene niet hier te begraven, omdat hij uit een ander dorp kwam.” De rouwende groep vertrok. De volgende dag bleek het graf ‘ingenomen’ door een overleden moslim. “Zo waren we gedwongen onze broeder in een derde dorp te begraven”, haalt Roeslan die pijnlijke herinnering op.