Van 2016 tot 2019 was Ján Figel’ de eerste EU-speciaal gezant voor de promotie van Vrijheid van Godsdienst en Levensovertuiging buiten de EU. Onvermoeibaar reisde hij de wereld door om aandacht te vragen voor godsdienstvrijheid en landen en regeringsleiders aan te spreken op misstanden.

Ján Figel’ heeft aan den lijve ondervonden wat het is om geen vrijheid te kennen: “De helft van mijn leven groeide ik op in de dictatuur van Tsjechoslowakije. De andere helft leef ik in vrijheid, dus ik ken het grote verschil.”

U heeft heel veel werk verzet, maar het lijkt alleen maar slechter te gaan. Is dat niet frustrerend?

“Die vraag kan ik ook aan Open Doors stellen. Maar eerst wil ik jullie bedanken voor de tientallen jaren constructieve en zichtbare bijdrage van Open Doors aan een waardige wereld, inclusief jullie hulp in het toenmalige totalitaire Tsjechoslowakije.

Volgens mij zitten we in hetzelfde schuitje. Er is geen ruimte voor een sceptische of een zelfgenoegzame houding. Toen ik in 2016 begon, was dat een tijd van bloedige conflicten en een dreigende genocide in Irak en Syrië. Die dreigende genocide in het Midden-Oosten lijkt gestopt. Terugkijkend op de afgelopen jaren zie ik ook diverse initiatieven die in moslimlanden zijn ontstaan. Bijvoorbeeld de Verklaring van Marrakesh over minderheden of de Beirut-verklaring over Religie voor Rechten. Die verklaringen kwamen voort uit zeer pijnlijke situaties. Een andere ontwikkeling is de benoeming van speciaal gezanten voor vrijheid van godsdienst en levensovertuiging in veel Europese landen.”

 Waarom is geloofsvrijheid zo belangrijk?

“Voor mij is de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging de diepste uiting van menselijke vrijheid. Het is vastgelegd in artikel 18 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Geloofsvrijheid heeft ook direct te maken met menselijke waardigheid. Als deze vrijheid niet wordt gerespecteerd, dan zie je dat andere – meer zichtbare – vrijheden ook niet gerespecteerd worden. Zoals de vrijheid van samenkomst en de vrijheid van meningsuiting. Geloofsvrijheid is als een lakmoesproef voor alle mensenrechten. Ik kan dit bevestigen door mijn eigen ervaringen onder een communistisch regime.”

De EU besloot uw rol in eerste instantie niet te continueren. Dat werd later teruggedraaid. Hoe kijkt u daar tegenaan?

“Mijn installatie was gelinkt met de bloedige situatie in het Midden-Oosten en de groeiende vluchtelingencrisis. Toen ik in 2019 stopte, leek het of deze problemen beheersbaar geworden waren. De genocide was gestopt, ISIS was verdreven en de vluchtelingencrisis was minder geworden. Maar dat is een valse tevredenheid. Als ik denk aan een genocide begint onze taak met preventie. En dan bescherming en dan bestraffing. Als we zwak in een van deze zaken zijn, komt het gevaar van genocide weer terug. Dat is een zwakheid die zich steeds weer herhaalt. We zeiden en ondertekenden ‘nooit weer’, maar de realiteit is dat het keer op keer toch gebeurt. Daarom denk ik dat de Europese Unie juist meer voor geloofsvrijheid moet doen.

De benoeming van een speciaal gezant is een signaal van de EU naar de wereld dat het ons een zorg is. Het is ook een signaal naar hen die vervolgd worden.”

Recente aanslagen zoals in Nice laten zien dat geloofsvrijheid niet alleen buiten Europa onder vuur ligt. Hoe kijkt u daar tegenaan?

“De laatste jaren zien we een nieuwe golf van haat tegen bijvoorbeeld christenen, tegen het Westen en tegen Joden. Het kwaad in de maatschappij heeft vele invloedrijke bondgenoten. Drie van hen zijn het meest belangrijk: onverschilligheid, onwetendheid en angst. Als het mensen niks uitmaakt wat er gebeurt, als ze niet geïnformeerd of onwetend zijn en als ze bang zijn om iets te doen of te zeggen.

Tegen deze drie moeten we meer doen. Samenlevingen met onverschilligheid, onwetendheid en angst vormen een voedingsbodem voor terrorisme, fundamentalisme en extremistisch geweld. In mijn eigen land en andere Europese landen zie ik ruimte voor deze drie bondgenoten. Hier tegen optreden betekent het stimuleren van onderwijs voor iedereen, van een actief burgerschap en het belang van de deugd van moed. Moedige mannen en vrouwen die opstaan tegen extremisme en andere vormen van onmenselijkheid.”

Welke rol kunnen kerken en christenen spelen in het contact met mensen van andere religies en overtuigingen?

“Christenen hebben een universele boodschap. Die kunnen we delen door samen te leven. We moeten leren samen te leven in verscheidenheid, en niet alleen naast elkaar te bestaan. Onze menselijke waardigheid betekent dat we allemaal gelijk zijn.”

Wij geloven in de kracht van gebed. Waar kunnen wij voor bidden?

“We moeten bidden vanuit de geest van ‘ora et labora’: bid en werk voor een echt menselijke samenleving die gebaseerd is op samen leven, op gedeelde verantwoordelijkheid en op echte menselijke solidariteit.

In westerse samenlevingen hoor je vaak het principe: leven en laten leven. Naar mijn overtuiging hebben christenen een sterkere uitdaging: leven en leven helpen. Dat betekent niet alleen leven, maar de ander helpen te leven in volheid. Dat is mijn wens.”