Het voornaamste voorbeeld daarvan is Sri Lanka (30) met de aanslagen op verschillende kerken en hotels op Paaszondag. Meer dan 250 mensen kwamen om het leven en zeker 500 mensen raakten gewond. Een kleine, Sri Lankaanse groepering, NTJ, eiste de aanslagen op. Deze beweging werd eerder neergezet als anti-boeddhistisch, maar claimde nu banden te hebben met IS. De aanslagen brachten het onderwerp ‘veiligheid’ bovenaan de recente verkiezingsagenda.

Filipijnen en Pakistan

Op de Filipijnen, dat niet in de top-50 van de Ranglijst Christenvervolging staat, vielen in januari 2019 twintig doden en meer dan honderd gewonden bij een bomaanslag. De daders waren ook gelieerd aan IS.

In Pakistan is de islam al jarenlang dominant in vrijwel elk aspect van het dagelijks leven. Radicale islamitische groeperingen zijn sterk aanwezig, zoals de extreemrechtse islamitische Tehreek-e-Labbaik-partij, die aanzette tot de protesten met de oproep om de Pakistaanse christen Asia Bibi te doden.

Asia Bibi

Het ziet er niet naar uit dat er binnen korte tijd verbetering kan worden verwacht in de strenge blasfemiewetgeving waar Asia Bibi slachtoffer van was. Bijna tien jaar lang hing haar de doodstraf boven het hoofd, omdat ze de profeet Mohammed zou hebben beledigd. In januari werd Bibi vrijgesproken, waarna ze naar Canada vertrok om een nieuw leven op te bouwen. Op dit moment zitten nog zeker twintig christenen gevangen vanwege godslastering.