Corona blijkt een katalysator te zijn voor vaak verborgen vormen van onderdrukking die resulteren in discriminatie in woord en daad, zoals uitsluiting en haatzaaiende online communicatie.

In India meldde 80 procent van de meer dan 100.000 christenen die hulp ontvingen van Open Doors-partners aan onderzoekers van de Ranglijst Christenvervolging dat ze werden overgeslagen bij voedseluitgiftepunten. Om ergens anders voedsel te krijgen, liepen sommigen vele kilometers en hielden hun christelijke identiteit geheim. Nog eens 15 procent kreeg voedselhulp, maar ondervond discriminatie bij het zoeken naar dagelijks werk: de overheid, landeigenaren of de industrie stelden nauwelijks banen beschikbaar. 

Al voor de coronacrisis wees een overheidsenquête (2017-2018) uit dat de werkloosheid onder christenen groter is dan onder andere religieuze groeperingen – de weigering van voedselhulp zorgde er zo voor dat hele gemeenschappen berooid achterbleven. Dat was niet alleen het geval in India; ook in Myanmar, Nepal, Vietnam, Bangladesh, Pakistan, Centraal-Azië, Maleisië, Noord-Afrika, Jemen en Soedan werden christenen op het platteland buitengesloten van hulp.

In het zuiden van de deelstaat Kaduna, Nigeria, zeiden families uit diverse dorpen dat ze slechts een zesde van het voedselpakket hadden ontvangen dat aan moslimgezinnen was toegewezen.

Degenen die een meerderheidsgeloof verlaten en christen worden, weten dat ze het risico lopen alle steun van hun partner, familie, stam of leefgemeenschap te verliezen. Ook lokale en nationale autoriteiten kunnen hulp intrekken. Als deze christenen inkomsten verliezen door Covid-19, kunnen ze niet terugvallen op de gebruikelijke netwerken om te overleven. 

Kerkleiders, kwetsbare vrouwen en kinderen

Op dezelfde manier had Covid-19 invloed op het levensonderhoud van kerkleiders. Velen krijgen geen salaris, maar leven van financiële steun vanuit donaties van hun gemeenschap. Wanneer kerkdiensten stoppen, dalen de donaties – met ongeveer 40 procent, zeiden geestelijk leiders, variërend van Egypte tot Latijns-Amerika. Dit heeft ook gevolgen voor humanitaire hulp aan hun eigen gemeenschappen, zowel binnen als buiten kerken. 

Gedwongen thuisblijven vanwege corona leidde ertoe dat kwetsbare vrouwen en kinderen uit het minderheidsgeloof extra te lijden kregen. In de top-10 van ranglijstlanden is het aantal vrouwen dat melding maakt van geweld toegenomen. Het gaat om fysiek, emotioneel, verbaal en psychologisch misbruik thuis. Ook het aantal meldingen van ontvoering, gedwongen bekering en gedwongen huwelijken van vrouwen en meisjes nam toe.

Rania Abdel-Masih

Een typerend voorval is dat van de diepgelovige Egyptische christen Rania Abdel-Masih, een 39-jarige moeder van drie dochters. Zij werkte als vrijwilligster voor een bekend christelijk-islamitisch project. Nadat ze in april (op weg naar haar zus) was verdwenen, dook ze op in video’s op een website gelinkt aan de Moslimbroederschap. De vrouw droeg een niqaab en zei dat ze al negen jaar moslima was. Ze keek angstig en sprak duidelijk onder dwang.

Drie maanden later, na berichtgeving in de media en na diplomatie van de Koptische kerk, kon ze terugkeren naar haar familie. Ze houdt vol dat ze zich nooit tot de islam heeft bekeerd. 

Ranglijst Christenvervolging 2021

Bekijk de volledige ranglijst