Noord-Korea - 01 december 2012

Een kampbewaker vertelt

“Ik denk dat kamp 22 gesloten is”, vertelt Ahn Myong Chol, een in 1994 gevluchte kampbewaker, aan een buitenlandse correspondent. Mensenrechtenorganisaties onderzoeken de geruchten omtrent de sluiting van het gevreesde strafkamp, dat in het Noorden van Noord-Korea ligt. Ahn heeft vier jaar als bewaker in dit kamp gewerkt. “Waarschijnlijk hebben de gevangenen de kolenmijn helemaal leeg gegraven.”

Ahn heeft nog steeds belangstelling voor het strafkamp waar hij jarenlang als bewaker werkte. “Toen ik in 1990 in kamp 22 kwam werken was het al de verwachting dat de kolenmijn leeg zou raken. Ongeveer 30.000 gevangenen moesten steenkool opgraven. Velen raakten door hun werk gewond en stierven. Na mijn militaire training kwam ik als 19-jongen in het strafkamp werken. De eerste drie jaren moest ik de omheining bewaken om te voorkomen dat gevangenen ontsnapten. Dat gebeurde meestal ’s nachts.

Na een tijdje werd ik chauffeur en leverde ik goederen aan de andere bewakers. “Toen ik in het strafkamp kwam werken instrueerde de officier mij niet met de gevangenen te spreken of te lachen. Wanneer de mensen het strafkamp probeerden te ontvluchten of mij wilden aanvallen dan mocht ik hen doodschieten. De hogere officieren trainden mij om gevangenen niet te zien als mensen, maar als beesten. Als een gevangene te langzaam kwam op mijn bevel dan was dat al een goede reden om die persoon te slaan.” Het controlesysteem is zeer strikt. Een team bestaat uit vijf gevangenen. Zij werken in de kolenmijn of op het land. Als een persoon te laat is of probeert te vluchten, dan wordt het hele team gestraft. Er zijn twee aangewezen teamleden die als controleurs functioneren en streng toezien op ‘verkeerd’ gedrag. Daarom is het zo moeilijk om uit een strafkamp te ontsnappen.

Ahn: “Soms dronk ik alcohol met een paar andere bewakers. Als de officier in een goede stemming was, werden de gevangenen milder behandeld. Maar had hij een conflict met zijn vrouw, dan werden de straffen zwaarder. Menselijk gezien was het hartverscheurend wat er gebeurde. In het begin was ik bang toen ik de martelingen zag. Uiteindelijk werden mijn gevoelens uitgeschakeld toen ik gewend was aan de eindeloze herhalingen van de straffen.

Ik dacht dat het normaal was om een gevangene te slaan of te straffen, omdat deze schuldig was aan een misdrijf. Later had ik de kans om te praten met mensen die in het strafkamp zaten. Toen kwam ik erachter dat ze helemaal niet schuldig waren. Meestal waren zij in het kamp terechtgekomen, omdat een van hun familieleden iets tegen het regime misdaan had. De bevolking lijdt erg onder het regime. Als Noord-Koreanen niet loyaal zijn aan de leiders dan worden ze zwaar onderdrukt. Vanwege de wreedheden van de leiders kunnen zij niet vrijuit hun mening vertellen en kunnen ze in een strafkamp als Kamp 22 terechtkomen.

De sluiting van Kamp 22 betekent echter niet dat de gevangenen zijn vrij gelaten. Hoogstwaarschijnlijk zijn zij naar een andere locatie overgebracht en moeten ze nog steeds lijden als voorheen.”

Gerelateerde nieuwsberichten