China vreest Oeigoers verlangen naar onafhankelijkheid

China – Zowel moslims als christenen in de provincie Xinjiang in het noordwesten van China ervaren toenemende verdrukking door de Chinese overheid. In de afgelopen jaren zijn er honderden gedood in gevechten tussen de inheemse islamitische Oeigoeren en de Han-Chinezen, die door de overheid worden gestimuleerd zich in Xinjiang te vestigen.

Duizenden politieagenten marcheerden in februari door de straten van Hotan. Hiermee lieten ze de terroristen in de provincie weten dat het geduld van de overheid op is. Er is meer surveillance en een nieuw antiterrorisme beleid is uitgezet tegen wat de overheid ‘de groeiende dreiging van terrorisme en etnische afscheiding’ noemt.

Achter alle spanningen en onlusten ligt een verlangen naar onafhankelijkheid. De Oeigoeren maken zich zorgen over de grote instroom van Han-Chinezen die gebruikmaken van overheidsinvesteringen in de regio. Beijing vreest deze hang naar onafhankelijkheid. Verslagen over vijfduizend Oeigoeren die meevechten met IS in Syrië, voeden die vrees.

Beijing maakt zich zoveel zorgen dat ze een speciaal Xinjiang-bureau hebben opgezet. Ook is afgekondigd dat Oeigoerse ouders hun kinderen geen moslimnamen mogen geven. Een app is geïntroduceerd waarmee burgers dreigingen voor de veiligheid kunnen melden. Naast alle surveillance zijn ook extra camera’s in publieke ruimten gemonteerd. Software met gezichtsherkenning werd ingezet en ook alarminstallaties in bedrijven.

Xinjiang is belangrijk voor China vanwege haar grondstoffen en economische groei, maar ook in verband met een overheidsplan om via de Zijderoute meer handel te drijven.

Godsdienstvrijheid
Moslims en christenen zien hun vrijheid ook afnemen. Kerkelijke activiteiten buiten de kerkmuren zijn illegaal. De druk op niet-geregistreerde kerken is erg hoog. Terwijl de overheid de schuld van de onrust bij islamitische militanten legt, zeggen mensenrechtengroepen en vluchtelingen dat de toename van vervolging te maken heeft met Chinese controle op de religie en cultuur van de Oeigoeren.

In 2008 werd de huiskerkleider Alimjan Yimiti gearresteerd omdat hij staatsgeheimen aan buitenlandse organisaties zou hebben gegeven. Alimjan kreeg een ongekend hoge gevangenisstraf van vijftien jaar opgelegd. Alimjan zit nog steeds vast. Zijn vrouw Gulnur mag hem maar één keer per maand bezoeken.

Yimiti behoort tot de Oeigoeren, een Turkse volksstam in het noordwesten van China. Verreweg de meeste Oeigoeren zijn moslim, maar er zijn ook christenen onder hen. Volgens vrienden van Yimiti heeft zijn arrestatie nooit iets te maken gehad met het lekken van staatsgeheimen, maar was het christelijke geloof van Yimiti de reden.

Yimiti, een ex-moslim, wilde gewoon zijn geloof kunnen uitdragen. Oeigoerse christenen mogen echter geen kerkdiensten in de Chinese Driezelfkerk bezoeken volgens de grondwet van de Chinese provincie Xinjiang, waar veel Oeigoeren wonen. Ook het bezitten van een Oeigoerse Bijbel of bidden met buitenlandse christenen is niet toegestaan. De Chinese overheid in deze regio is bang voor alles wat ze niet kunnen controleren.”

China staat op plaats 33 van de Ranglijst Christenvervolging. Deze notering komt vooral door de vervolging van christenen in islamitische (met name Xinjiang) en Tibetaanse gebieden (zuidwesten).

BronOpen Doors