Doneer nu 
 
 

Jung Yena uit Noord-Korea

Jung Yena (36) groeit op in een Noord-Koreaans gezin uit de hogere klasse. Ze geniet veel privileges. Eén daarvan is dat ze piano leerde spelen. Muziek is haar lust en haar leven.

Als Yena nog klein is, krijgt ze pianoles. Ze ziet Kim Il-sung als haar grote leider, in wie ze alle vertrouwen heeft. Op een dag speelt haar moeder een melodie die haar niet aan Kim Il-sung doet denken. “Mama, hoe heet dit lied?”, vraagt ze. “Stille nacht, liefje.”

Yena krijgt het gevoel dat dit lied anders is dan alle andere liederen die ze kent. Alsof het een muziekstuk uit de hemel is. Terugdenkend aan haar jeugd vertelt ze: “Mijn moeder mompelde vaak. Pas jaren later realiseerde ik me dat ze destijds aan het bidden was. In Noord-Korea heb ik nooit beseft dat ik onderdeel was van een christelijk gezin.”
 

Land van leugens

Later komt Yena erachter dat haar familieleden in China allemaal christen zijn en ernstig zijn vervolgd. Haar oom is zelfs vermoord vanwege zijn geloof. Op een dag vindt er plotseling een huiszoeking plaats in haar ouderlijk huis. “Het appartement waar we woonden werd omsingeld door politie. Mijn moeder rende snikkend door het huis. Ze gooide het boek met christelijke gezangen in het vuur”, zegt Yena. Hierna beseft Yena: ik leef in een land van leugens.

Yena bedenkt een plan om met haar moeder naar China te vluchten. Ze steken de bevroren rivier de Tumen over. “Al gauw nam mijn moeder me in China mee naar de kerk”, vertelt Yena lachend. “Ik herkende de aanbiddingsliederen die ik zelf had gespeeld op de piano.” Het duurt wel even voordat ze het evangelie echt omarmt. “In het begin was het christelijk geloof één van de vele interessante nieuwe theorieën.”
 

Levenslied

Zes maanden na aankomst in China willen Yena en haar moeder vluchten naar Zuid-Korea. China verlaten blijkt echter lastig. Ze krijgen geen toestemming om naar Zuid-Korea te vliegen. “Ik heb bijna drie jaar in een kelder zonder zonlicht gewoond. Ik heb soms nog steeds last van vitaminegebrek en ondervoeding. Om de tijd te doden ‘speelde’ ik muziek; met mijn ogen dicht bewoog ik mijn vingers over de vloer alsof ik de toetsen van mijn piano aanraakte.”

In 2007 mogen ze eindelijk het land verlaten. Vier jaar later trouwt ze met Jung Yohan, een Noord-Koreaanse violist. Langzaam gaat ze beseffen dat de Here God al die tijd bij haar is geweest. Tegenwoordig helpen ze samen vluchtelingen uit Noord-Korea. Door middel van hun muziek verspreiden ze het evangelie. Op de vraag of ze een lied zouden willen schrijven over hun leven, hebben ze een bijzonder antwoord. “Het lied over ons leven is al geschreven”, zegt Yohan.

‘Genade zo oneindig groot, dat ik, die het niet verdien, het leven vond, want ik was dood en blind, maar nu kan ‘k zien.’

 
Bemoedigingen: 220
Ik bid voor jou