Wat beweegt iemand om na zijn sterven een bedrag na te laten aan Open Doors? De tante van Heleen Reitsma bestemde een deel van haar nalatenschap voor de vervolgde kerk. “Zij genoot van het ervaren van gemeenschap, van de naam van God openlijk kunnen belijden. Ze had grote compassie met christenen die dat stiekem en in hun eentje moesten doen.”

In de familie noemde iedereen haar ‘tante Cock’ en tijdens de vele internationale reizen die ze maakte, droeg ze de naam ‘aunt Corrie’. Zelf bleef ze ongehuwd; haar drie broers en zusje trouwden en kregen kinderen, waardoor ze uiteindelijk werd omringd door twintig neefjes en nichtjes die ze behandelde alsof ze haar eigen kinderen waren.

Als de 56-jarige Heleen Reitsma herinneringen ophaalt aan de oudste zus van haar moeder, dan gaan die terug naar haar kindertijd. “Ze had net zo’n kevertje als Anne van der Bijl. Ze vroeg aan verschillende neefjes en nichtjes of die mee wilden naar de Open Doors-dag en dan gingen we met haar op stap. Ook naar dagen van Youth for Christ. Dat vonden we leuk, maar zij had er ook echt een bedoeling mee”, begint Heleen. “Wat ze wilde, was groei en ontwikkeling bij elk van ons stimuleren. Ze vond het belangrijk met ons te praten over hoe we in het leven stonden en welke waarden we hadden. Met daarin één groot verlangen: dat elk kind zijn leven zou toewijden aan de Here Jezus.”

Diepe geloofsles

Bij heel wat mensen in de familie staat nu nog een blauw kevertje van Open Doors in huis. “Niet alleen als symbool voor het werk dat Anne van der Bijl deed in het smokkelen van Bijbels. Het autootje herinnert me eraan dat God bij machte is om in elke situatie in te grijpen en ziende ogen blind te maken of blinde ogen ziend, zoals Anne bad in het smokkelaarsgebed”, zegt Heleen. “Die diepe geloofsles, dat je nooit of te nimmer tevergeefs je vertrouwen op God stelt, kreeg ik van tante Cock mee.”

Gemeenschap der heiligen

Dat geloofsvertrouwen verklaart volgens Heleen ook de nalatenschap van haar tante. “Ze had niets met materialisme, ze wilde investeren in zaken met eeuwigheidswaarde”, legt ze uit. “Ze was erg bewogen met mensen in verdrukking. Kon slecht tegen de ongelijkheid: zij had wel de mogelijkheid om naar de kerk te gaan en openlijk te belijden dat Jezus Heer is, terwijl vervolgde christenen dat niet kunnen. Ze ervoer, juist als alleenstaande vrouw, heel sterk de kracht van de gemeenschap der heiligen in het samen geloven, samen in de kerk zitten of Bijbelstudie doen. Wat zij had, gunde ze vervolgde christenen ook.”

Voor Jezus

Heleen haalt een lied aan van Johannes de Heer, waarin de laatste twee regels van het refrein haar tante Cock motiveerden om de vervolgde kerk en andere christelijke goede doelen ook na haar dood te ondersteunen:
maar wat gedaan werd uit liefde tot Jezus.
dat houdt zijn waard’ en zal blijven bestaan.

God betrekken

“Tante Cock geloofde heel sterk dat met het steunen van de kerk wereldwijd ze vervolgde christenen kon helpen hun geloof uit te dragen en stand te houden onder verdrukking. Om op die manier uiting te geven aan de verbinding van christenen overal ter wereld als onderdeel van hetzelfde Lichaam van Christus. Met dat ene doel: God betrekken in alle facetten van je leven”, zegt Heleen. “Voor tante Cock was het een absolute must dat wij als individu, maar ook als een organisatie als Open Doors, God blijven verheerlijken. In wat we ook doen en waar we ook gaan. Zij leefde volgens de Bijbelse oproep: ‘Zoek eerst het koninkrijk van God, dan zal de rest je erbij gegeven worden’.”

* Foto ter illustratie