Christenen in Sri Lanka maken zich zorgen over de invoering van een nieuwe antibekeringswet. Premier Mahinda Rajapaksa wil zo de overwegend boeddhistische bevolking ‘beschermen’ tegen andere religies.

Rajapaksa, zelf een boeddhist en voormalig president van Sri Lanka, wil een wetsvoorstel indienen die een einde zou maken aan bekeringen als gevolg van dwang of misleiding. Hij ontvouwde zijn plan deze week op de jaarvergadering van de All Ceylon Buddhist Councils. Overtreders zouden een straf van zeven jaar cel kunnen krijgen en een boete tot omgerekend 2.400 euro.

Het Sri Lankaanse hooggerechtshof verklaarde al eerder dit soort wetgeving in strijd met de grondwet. Ook in het parlement kregen antibekeringswetten nooit de benodigde twee derde meerderheid. Toch zijn de kerken in Sri Lanka bezorgd, omdat het plan breed is gedeeld op sociale media. Ze menen dat de huidige regering het plan gebruikt voor haar herverkiezing.

Partners van Open Doors, de organisatie die opkomt voor vervolgde christenen, waarschuwen voor de gevolgen van een antibekeringswet. “Hiermee escaleert de reeds bestaande religieuze spanning in Sri Lanka. Daarnaast beperkt zo’n wet het werk van kerken en gemeentestichters”, vreest Open Doorswoorvoerder Sunil. “Op het platteland leven de meeste voorgangers en kerkplanters geïsoleerd in boeddhistische dorpen. Zij ondervinden nu al sterke tegenstand van inwoners, autoriteiten en geestelijk leiders.”

Een lichtpunt voor de kerken op Sri Lanka is dat de politie een handlanger van de bloedige aanslagen op acht kerken, in april vorig jaar, heeft gearresteerd. Bij de aanslagen vielen meer dan 250 doden en ongeveer achthonderd gewonden. Het bloedbad op Pasen zorgde ervoor dat Sri Lanka dit jaar veel hoger op de Ranglijst Christenvervolging is komen te staan. Het land staat op de 30e plaats.

Sri Lanka telt 22 miljoen inwoners, van wie 70 procent boeddhist is en 17 procent hindoe. De bijna twee miljoen christenen vormen een kwetsbare minderheid.