De kiezers in Tunesië hebben het massaal laten afweten bij de parlementsverkiezingen op 17 december. Nog geen negen procent van de Tunesiërs bracht afgelopen zaterdag hun stem uit. Tunesische christenen zien dan ook geen betere toekomst voor de kerk. 

De oppositiepartijen in Tunesië hebben president Kais Saied gevraagd af te treden. Zij hadden ook de kiezers opgeroepen de verkiezingsronde te boycotten en de meeste Tunesiërs lijken daaraan gehoor te hebben gegeven. Tunesië gold jarenlang als geslaagd voorbeeld van de zogeheten Arabische Lente, een reeks volksopstanden voor meer democratie in de Arabische wereld. 

De huidige president heeft echter de macht van politieke partijen verzwakt, een van de redenen voor de oppositiecoalitie om de verkiezingen te boycotten. In augustus 2021 ontbond de president het parlement en ontsloeg de premier. Saied heeft zich vervolgens met een nieuwe kieswet uitgebreide bevoegdheden toegemeten. De verkiezingen zaterdag waren bedoeld ter vervanging van het democratisch gekozen parlement. 

Verslechtering  

Christenen in Tunesië zeggen bang te zijn dat de positie van de kerk niet zal verbeteren door de stembusronde. Ook een woordvoerder van Open Doors zei te verwachten dat de positie van de kerk “verder verslechtert als de huidige president aan de macht blijft”. 

In Tunesië wonen ruim 12 miljoen mensen, van wie de meesten moslim zijn. Er is een minieme christelijke minderheid van circa 23.000 gelovigen. Tunesië staat op de 35e plaats van de Ranglijst Christenvervolging. Vooral christenen met een islamitische achtergrond hebben het zwaar en staan onder grote druk om terug te keren naar de islam, vooral door familie en leefgemeenschap.