Maart 2013. Onbekenden ontvoeren Rober, de man van de Syrische Jina. Een medegevangene, die vrijgelaten wordt in ruil voor een som losgeld, zoekt Jina op en vertelt haar wat er is gebeurd. “Keer op keer vertelden ze Rober dat hij zich tot de islam moest bekeren. Maar Rober weigerde: ‘Ik geloof in God en daar blijf ik bij’.”

Jina verneemt nooit meer iets van haar man; de autoriteiten nemen aan dat hij gedood is. Omdat ze voor haar zoontje Apo moet zorgen en kampt met gezondheidsproblemen, kan Jina geen baan vinden.

‘Mam, ik heb Jezus gezien’

Op een ochtend staat Jina’s zoontje voor haar. Hij vertelt dat hij een bijzondere droom had: “Mam, ik heb Jezus gezien. Hij vroeg me een goede zoon voor je te zijn.” Hij zegt dat ze werk moet zoeken en belooft voortaan goed naar haar te luisteren.

Via haar kerk, een Center of Hope in Aleppo, krijgt Jina de kans een opleiding tot manicure te volgen. Ze werkt nu als stagiaire in een schoonheidssalon. Uiteindelijk hoopt ze met dit werk in haar levensonderhoud te kunnen voorzien. “Ik hou al van make-up sinds ik een kind was. Als ik een van mijn vriendinnen zie, vraag ik of ik haar op mag maken. Zo kan ik mooi oefenen.”
Jina is dankbaar voor de hulp die ze kreeg. “Ik dank jullie uit de grond van mijn hart voor jullie steun. Hoe zou een weduwe zonder kunnen?”

Dank- en gebedspunten

  • Vraag de Here God om gezondheid voor Jina, zodat ze kan blijven werken en zorgen voor Apo.
  • Bid dat ze slaagt voor haar opleiding en in haar levensbehoeften kan voorzien.
  • Dank de Here God dat Apo zijn moeder steunt in haar geloof en in haar werk.