Munah* uit Oost-Afrika komt in aanraking met het christelijk geloof door de ziekte van haar grootvader. Zendelingen bidden voor hem en hij geneest. Steeds als het gezin daarna hulp nodig heeft, staan deze christenen klaar om een helpende hand te bieden. Een aantal gezinsleden komt tot geloof, onder wie Munah. “Veel mensen wilden niets meer met ons te maken hebben.”

Munah is een van de weinige christenen van haar stam, een kleine voornamelijk islamitische bevolkingsgroep in Oost-Afrika. De keuze om christen te worden, heeft grote gevolgen voor Munah en haar gezin.

Er niet bij horen

“Veel mensen wilden niets meer met ons te maken hebben. Ze zeiden dat we niet meer bij de stam hoorden, dat andere stammen ons ook niet konden aannemen. Daarom keken ze op ons neer”, vertelt Munah. “Kinderen die bij ons kwamen spelen, kregen slaag van hun ouders en werden snel naar huis gejaagd.”

Ook in de kerk waren er problemen. “Christenen hier weten vaak niet hoe ze om moeten gaan met mensen die van een ander geloof komen”, legt Munahs voorganger uit. “Ze nemen aan dat bekeerlingen begrijpen wat hier allemaal gebeurt, maar voor hen is het allemaal nieuw en vreemd.”

Vijandschap

Munah heeft het erg moeilijk met de hele situatie. Ze voelt zich eenzaam in het kleine dorp, waar iedereen van elkaar afhankelijk is, maar waar mensen haar zo vijandig bejegenen. En die vijandigheid neemt steeds heviger vormen aan. “Als we ons terrein verlieten, lieten dorpsgenoten hun dieren los tussen onze gewassen. Ze scheurden onze kleren, ze hakten onze bomen om. We vreesden voor ons leven.”

Op een dag gebeurt er iets verschrikkelijks. Als Munahs ouders een kerkdienst bezoeken, dringt een oom het huis binnen om zich aan Munah te vergrijpen. Een buurman hoort haar schreeuwen en haalt haar ouders erbij. “Ze brachten me naar het ziekenhuis. Ik heb daar een maand gelegen om te herstellen.”
Haar oom wordt gearresteerd en gevangengezet. Hij overlijdt na twee jaar in de gevangenis.

Traumazorg

Lokale partners van Open Doors zoeken het gezin op en bieden traumazorg. “Ik kon eerst niet naar school van de pijn, van de stress. Ik vroeg me af waarom ik nog leefde. Maar ik dank God, want Hij genas me stukje bij beetje. Het hielp me ook om alles te kunnen delen met mijn voorganger. Nu wil ik graag mensen helpen die in soortgelijke situaties zitten, zodat zij niet dezelfde moeite hoeven te doorstaan als ik.”

Dank- en gebedspunten

  • Dank de Here God dat Munah traumazorg ontving. Dank dat het nu beter met haar gaat en dat zij anderen bijstaat in hun nood.
  • Bid dat Munah sterk staat in haar geloof. Vraag de Here God om Zijn nabijheid en bemoediging in haar leven.
  • Munah wil graag studeren en een baan vinden, zodat ze anderen kan helpen.

* Schuilnaam