“Ik hou van Kerstmis”, vertelt Rafif (11 jaar) uit Irak. “Je bent vrolijk, je lacht en je bent samen met de mensen van wie je houdt.” Ze knielt naast een kerststal in een grot van papier-maché en verplaatst een paar figuurtjes. “Mijn vader heeft deze kerststal gemaakt. Ik heb hem nooit gekend, maar door deze kerststal elk jaar op te zetten, heb ik het gevoel dat hij er toch een beetje bij is met Kerstmis.”

De vader van Rafif leeft niet meer. Elf jaar geleden, toen Rafif nog in de buik van haar moeder zat, ging hij op weg naar zijn winkel in de buurt van de universiteit van Mosul. Een konvooi van zo’n 20 bussen vol christelijke studenten kwam aanrijden, op weg naar de universiteit. Rafifs vader zag toen wat niemand nog in de gaten had: op een plek waar de bussen moesten stoppen, stonden twee autobommen, klaar om af te gaan. “Mijn vader rende schreeuwend en zwaaiend naar de bussen”, vertelt Rafif. “Hij riep: ‘blijf staan, anders gaan we er allemaal aan!’”

De buschauffeurs stopten allemaal. Toen de bommen afgingen, raakten tientallen studenten gewond. Op één na overleefden alle studenten de aanslag. Rafifs vader betaalde zijn heldendaad met zijn leven: hij was op slag dood. Hij stierf voordat hij zijn dochter ooit had gezien.

Om deze video te kunnen bekijken moet je ‘Sociale media en advertenties’-cookies accepteren. Klik hier om jouw cookie-instellingen te wijzigen.

Pijnlijke herinneringen

Rafif gaat regelmatig naar de Bijbelklas in haar kerk, een Center of Hope. Hier ontmoet ze leeftijdsgenootjes, hoort ze verhalen uit de Bijbel en leert ze wat het betekent om christen te zijn.

En dat laatste is van onschatbare waarde, want vrijwel alle kinderen die hier komen weten wat het betekent om vervolgd te worden. Zo jong als ze zijn – de kinderen hier zijn tussen de 8 en 12 jaar oud – allemaal delen ze herinneringen aan de komst van de islamitische extremisten van IS, die in 2014 delen van Irak met bruut geweld innamen.

Voor sommigen is die herinnering misschien ‘mild’, als hun kerk van de ene op de andere dag in een vluchtelingenkamp veranderde. Anderen hebben nog steeds nachtmerries over mannen met lange baarden die hen dwongen zelfs hun zakken leeg te maken, nadat ze alles al hadden achtergelaten. Veel kinderen keerden nooit meer terug naar het huis waaruit ze vluchtten. Rafif komt bijvoorbeeld uit Mosul, een plaats die nog steeds te onveilig wordt geacht voor christenen om naar terug te keren.

Sterk staan in de storm van vervolging

Voor de tienduizenden christelijke kinderen in Irak is het heel belangrijk om van jongs af aan een relatie op te bouwen met de Here Jezus. Vervolging is voor hen niet alleen iets uit het verleden; ook nu kunnen zij elk moment geconfronteerd worden met aanslagen en discriminatie. Daarom investeert Open Doors in deze kinderen, met de hulp van lokale partners en kerken: de zogeheten Centers of Hope. De christelijke lessen die de kinderen hier krijgen, geven hun de mogelijkheid om te groeien in geloof en sterk te staan in de storm, als vervolging toeslaat.

De hoofdonderwijzeres van Rafifs kerk, juf Moshriq, geeft leiding aan de 20 leerkrachten die de kinderen in dit Center of Hope lesgeven. “We verdelen de kinderen in leeftijdsgroepen. We vertellen ze verhalen, maar we doen ook activiteiten met ze, zodat ze het gevoel hebben dat ze deel zijn van het verhaal”, vertelt ze. “Het is belangrijk dat de kinderen zich thuis voelen in de kerk en zich de Bijbelverhalen eigen maken. Als we deze kinderen niet geestelijk ondersteunen, zullen ze niet in staat zijn de pijn en het lijden in hun leven het hoofd bieden.”

Leren vertrouwen op de Here God

Voor Rafif is het soms moeilijk als andere kinderen over hun vader vertellen. “Vooral als ik mijn vrienden dingen hoor zeggen zoals ‘mijn vader heeft dit met me gedaan, mijn vader heeft dat voor me meegenomen’”, legt ze uit. “Ik heb God gevraagd: ‘Waarom hebt U mijn vader weggenomen? Waarom hebt U dat gedaan?”

De lessen helpen Rafif om na te denken over wat er met haar vader is gebeurd. “Er zijn verhalen in de Bijbel waarin mensen het leven van andere mensen redden. Als ik die verhalen hoor, denk ik: ‘Hé, dat is mijn vader!’”, vertelt ze enthousiast. “Mijn vader is ook gestorven om het leven van anderen te redden, net als de bijzondere mensen in de Bijbel.”

Door de lessen is Rafif steeds beter thuis in de Bijbel geworden. “Weet je, altijd als ik het gevoel heb dat ik niet op de juiste plek ben, lees ik de Bijbel. Dan vertrouw ik er weer op dat ik ben waar ik moet zijn.”

Rafif weet dat Irak niet de enige plek is waar kinderen worden vervolgd om hun geloof. Over de hele wereld missen miljoenen kinderen hun ouders, krijgen ze te maken met geweld of worden gediscrimineerd vanwege hun geloof. “Al die kinderen zouden net als ik naar een Bijbelklas moeten kunnen gaan”, zegt Rafif. “Zodat ze weten waar hun wortels liggen en wat de waarheid is, wat de reden is dat ze lijden.”

Rafif draagt de belangrijkste les die ze geleerd heeft mee in haar hart: “De Here God is er altijd voor me. Hij verlaat me nooit.”