Anwar, een 25-jarige Syriër, groeit op in een religieus gezin. Zijn vader is een leider in de Alawitsche gemeenschap. Als tiener zoekt Anwar naar antwoorden op grote vragen: “Wie is Allah en houdt hij echt van mij? Wat moet ik doen om hem gelukkig te maken?” Maar antwoorden komen niet en hij voelt zich zo alleen en ellendig dat hij het leven niet meer ziet zitten. Als hij een uitweg zoekt, raadt zijn klasgenoot hem aan om toch maar eens te bidden tot Jezus. En dat verandert zijn leven.  

“Mijn ouders en onze gemeenschap leerden me om niet met christenen om te gaan. Christenen zouden je mee trekken in hun valse religie. Op de universiteit waar ik naartoe ging ontmoette ik een christelijke klasgenoot die sprak over haar geloof.” Anwar maakte haar belachelijk wanneer ze sprak over het evangelie en hoe de Here Jezus stierf en opstond uit de dood. “Ik geloofde niets van wat ze zei.”  

Diepe duisternis

In diezelfde tijd begon de oorlog in Syrië. Omdat hij student was, hoefde Anwar niet in militaire dienst. Maar het ging niet goed met hem. Hij had vaak last van heftige buikpijn en was depressief. Hij voelde zich alleen en de verhalen van zijn christelijke klasgenoot hielden hem erg bezig. “Ik was ervan overtuigd dat Allah mij haatte en ik haatte hem omdat dit mij overkwam. Ik wilde niet meer verder leven.” Anwar zocht naar manieren om aan zijn troosteloze leven te ontsnappen. Hij dacht dat er geen hoop of toekomst was. Maar de Here God had een ander plan. 

Niets te verliezen 

“Mijn klasgenoot zei: ‘Als je niet meer wilt leven, dan heb je ook niets te verliezen. Waarom probeer je niet met Jezus te praten? Kijk gewoon wat er gebeurt’. Ik dacht: ‘Als het niet werkt kan ik altijd nog mijn plan tot uitvoer brengen, dus laat ik dit maar een kans geven’. Ze leerde me bidden. Ik ging naar huis en ik herinner me nog dat ik dacht: ‘Ik lijk wel gek, dat ik tegen mezelf ga praten’. Eerst gebeurde er niets. Helemaal niets. Maar na een tijdje voelde ik een aantrekkingskracht. Ik begon preken op te zoeken en video’s met aanbiddingsliederen te kijken. Ik was mijn zelfmoordplan allang vergeten. Op een dag sprak ik met God en ik herinner me dat ik begon te huilen, ik deelde alles wat in mijn hart lag met Hem. Opeens was ik niet meer alleen: ik had een Vriend gevonden: Jezus.” 

‘Jij hoeft nooit meer terug te komen’ 

Die ervaring gaf hem heel veel vreugde, maar tegelijkertijd was Anwar bang dat zijn familie erachter zou komen. “Ik moest eigenlijk gewoon weg. Stel dat ze erachter zouden komen, dan was mijn leven in gevaar.” Anwar weet van de verhalen hoe andere bekeerlingen behandeld werden. “Ik herinner een keer dat ik meeging naar een kerkdienst. Ik heb niets van de preek gehoord en ook de liederen gingen langs me heen. Ik dacht alleen maar: ‘Stel dat iemand mij herkent en dit aan mijn ouders vertelt’.” 

Niet snel daarna hoorde zijn familie inderdaad van zijn bekering. Het nieuws verspreidde zich als een lopend vuurtje. Anwar is immers de zoon van een geestelijk leider. “Ik hoorde dat mijn moeder ingestort was door het nieuws. Ik belde mijn broers en zussen, maar niemand nam op. Na een poosje belde mijn zus terug. Ze huilde en zei: ‘Je hoeft nooit meer terug te komen. Mama is in het ziekenhuis opgenomen vanwege jou. Je bent mijn broer niet meer.’ Toen hing ze op.”

 Zijn broer had al zijn spullen ingepakt. De tassen stonden al klaar toen Anwar thuis kwam. Via zijn klasgenoot en een lokale kerk kon Anwar een kamer huren. Maar zijn spaargeld raakte op en hij moest op zoek naar een baan. 

Nieuw begin dankzij Center of Hope

Anwars klasgenoot werkt bij een Center of Hope. Via haar kreeg Anwar een nieuwe baan. Hij geeft Engelse les aan drie groepen kinderen. “Kinderen hebben niet alleen een docent nodig; ze hebben vooral iemand nodig die een relatie met God heeft en hen positief kan beïnvloeden.” Anwar is blij met zijn baan en dankbaar voor deze kans. “Door dit centrum kon ik opnieuw beginnen. Ik was een vreemdeling en ik hoorde nergens bij. Maar in deze kerk ontmoette ik mijn nieuwe familie.”

Als hij begint te praten over de Here Jezus, verandert de toon van zijn stem. Hij is opgewekt en dankbaar. “Jezus is alles voor mij. Toen ik niemand had, was Hij er voor mij. Hij is mijn Broer en beste Vriend. Hij heeft mijn leven gered. Toen ik niet meer wilde leven, trok Hij mij terug. Hij gaf mij hoop en een nieuwe toekomst. Hij heeft mij ook een nieuwe familie geven. We bidden voor elkaar en ik voel me veilig hier.”

Toch blijft het gemis van Anwars familie voelbaar. Hij wil niets liever dan dat ook zijn familie tot geloof komt. “Ik bid nog altijd om een wonder voor hen. Dat ook zij Christus leren kennen als Degene die de straf voor de zonden gedragen heeft.”