Aweis uit Somalië

Het verhaal van Aweis

“De vervolging van Somalische christenen is extreem. Zo extreem kom je het bijna nergens ter wereld tegen”, vertelt de Somalische Aweis. “Het ene moment zit je in een cafetaria te genieten van je maaltijd. Het andere moment loopt er iemand binnen die probeert je te onthoofden.”

De Somaliër weet waar hij het over heeft. Van de veertien christenen die zijn geheime geloofsgemeenschap eens telde, werden er in twee jaar tijd twaalf vermoord.

Aweis groeide op aan de rand van Mogadishu, de hoofdstad van Somalië. Zijn vader was een islamitische geestelijke. “Toen ik 15 was, realiseerde mijn vader zich dat ik niet de juiste opvolger voor hem was. Ik stelde te veel kritische vragen”, legt hij uit. “Hoe meer ik de islam bestudeerde, hoe meer vragen ik kreeg.”

Toen Aweis op een avond naar de radio luisterde, stemde hij per ongeluk op een christelijk radioprogramma af. Hij luisterde gefascineerd: een Somaliër die over Jezus vertelde, dat had hij nog nooit meegemaakt! Somalisch zijn betekent immers dat je moslim bent. “Het trok me enorm aan, en ik bleef luisteren. Ik miste het wereldnieuws die avond, maar daar had ik geen spijt van!”

Verstoten

Aweis wilde meer weten. Nadat hij zich drie jaar lang in het christelijke geloof verdiept had, besloot hij christen te worden. Een beslissing met grote gevolgen. “Ik werd verstoten door mijn familie. Ze weigerden nog met me te praten, te eten of tijd met me door te brengen. Ik had niet verwacht dat mensen zo vijandig zouden worden.” Ook de clan, de gemeenschap waar hij bij hoorde, verstootte hem – een zeer harde straf in de Somalische cultuur, waar de clan je waarde en identiteit bepaalt.

Ondanks de hevige vervolging, wankelde Aweis niet in zijn geloof. Het bracht hem zelfs dichter bij Jezus. Maar de eenzaamheid viel hem zwaar. Zeven jaar lang volgde hij Jezus in zijn eentje, zonder de hulp of het gezelschap van andere christenen. Tot hij een andere christen ontmoette: Liban. “Er ging een wereld voor me open”, herinnert Aweis zich. “Eindelijk had ik iemand met wie ik samen de Bijbel kon lezen en bestuderen, met wie ik samen kon dienen!”

De twee Somaliërs gingen al snel op zoek naar andere gelovigen, in de overtuiging dat ze niet de enige volgelingen van Jezus konden zijn. Langzaam groeide hun gemeenschap, tot ze uiteindelijk met veertien christenen waren. Aweis was zielsgelukkig.

Voortdurende dreiging

Maar Aweis’ gezicht betrekt als hij vertelt wat er vervolgens gebeurde. “Liban werd onderweg naar zijn werk neergeschoten door twee gewapende mannen. Korte tijd later werd er nog iemand vermoord. We twijfelden er niet aan dat wij als christenen het doelwit waren.” In die tijd kreeg de groep christenen regelmatig dromen en visioenen. “We kregen daarin bevestiging dat de vervolging door zou gaan en erger zou worden. Maar ook dat we er uiteindelijk sterker uit zouden komen”, vertelt Aweis.

Twee jaar lang ging het moorden door. De ene na de andere christen werd vermoord, tot Aweis uiteindelijk overbleef met slechts één andere christen. Het maakte hem verschrikkelijk bang. “Ik had bijna al mijn vrienden verloren. Ik kon niet meer eten of slapen door de voortdurende dreiging.”

‘Bid dat we geestelijk sterker worden, dat we bloeien te midden van vervolging’

Aweis uit Somalië

Aweis besloot naar een ander land te gaan om te herstellen. Daar ontmoette hij een zendingsechtpaar dat hem hielp en bemoedigde. Ze gaven hem bovendien de kans een theologische opleiding te volgen. Die ervaring gebruikt hij nu om Somalische christenen te dienen, die verspreid over de Hoorn van Afrika leven. “Ik werk mee aan een Somalische Bijbelvertaling. Ik geef discipelschaps- en leiderschapstrainingen. Want als Somaliërs tot geloof komen, moeten ze leren hoe je Jezus volgt. Ze moeten voorbereid zijn op vervolging.”

Aweis wordt aan de lopende band bedreigd vanwege zijn bediening. Maar hij wil niet dat we medelijden met hem of met andere Somalische christenen hebben. “Verheug je met ons, want we worden waardig geacht om vervolgd te worden, net zoals Christus werd vervolgd. Bid niet dat vervolging verdwijnt. Als niemand je lichamelijk of geestelijk vervolgt, klopt er iets niet. Dan zien de machten van de duisternis jou blijkbaar niet als een bedreiging. Bid juist dat we geestelijk sterker worden, dat we bloeien te midden van vervolging. Dat we meer op Christus gaan lijken. Zodat de mensen die ons vervolgen denken: ‘Wauw, die mensen zijn zo anders dan wij. We willen worden zoals zij!’”

Bid voor Somalië

‘Als God voor ons is, wie kan dan tegen ons zijn?’ – Romeinen 8:31

Machtige God,

Somalische christenen worden vervolgd door de mensen die het dichtst bij hen staan. Het lijkt of iedereen tegen hen is – maar U bent voor hen! Help hen als ze eenzaam zijn, als ze de moed dreigen te verliezen. Laat hun blik op U gericht zijn.

Help hen ook traumatische gebeurtenissen te verwerken. Geef dat geen vervolging, afwijzing of bedreiging hen verhindert om U te volgen. Maak hen geestelijk juist sterker, zodat ze bloeien te midden van vervolging.

Werk ook in de harten van de mensen die hen kwaad willen doen. Laat onbegrip en haat wijken voor Uw liefde. Zegen Uw kerk in Somalië, Vader.

Amen.

Scroll naar boven