Pastor Josiah

Het verhaal van pastor Josiah

Elke dag worden in Sub-Sahara Afrika twaalf christenen vermoord vanwege hun geloof. Negen van hen komen uit Nigeria. Eén van de achterblijvers is pastor Josiah. Hij verloor zijn vrouw en drie zoons. Naast het immense verdriet worstelde hij met woede en wraakgevoelens. Traumazorg hielp hem om geen kwaad met kwaad te vergelden.

“In dit graf liggen 22 christenen. Omgebracht, op dezelfde manier als ze mijn vrouw en kinderen doodden. Het enige wat we willen, is dat het moorden stopt.” In een dorpje op het platteland in het noorden van Nigeria staat pastor Josiah met zijn dochter Salama* aan de rand van een massagraf. Hij heeft zojuist een herdenkingsceremonie geleid.

Het graf is enkel te herkennen aan keien die in een rechthoek zijn neergelegd. In het midden liggen de stenen in de vorm van een kruis. Vader en dochter weten uit eigen ervaring wat de mensen voelen die hier net rondom het graf stonden.  

Pastor Josiah met een foto van zichzelf en zijn vrouw
Pastor Josiah met een foto van zichzelf en zijn vrouw

Diep in geloof

“Dit is mijn favoriete foto van mijn vrouw en mij. Het was de eerste foto van ons als pasgetrouwd stel.” Josiah staart naar de foto in zijn handen. Na een lange pauze praat hij verder. “Mijn vrouw was erg gastvrij. Er kwam niemand bij ons thuis zonder dat zij even een praatje maakte. Ik bewonderde haar diepe geloof. In haar favoriete lied klinkt: Wat mij ook overkomt in deze wereld, wat de duivel ook voor plan heeft, mijn hart zal niet wankelen, omdat ik rust en bescherming vind in Uw Naam.”

Tranen wellen op in zijn ogen als pastor Josiah de woorden uitspreekt. Zijn gedachten gaan terug naar de dag waarop Rebekah om het leven werd gebracht, 28 november 2002. “Ik werd wakker omdat ik buiten schoten hoorde. Voor ik besefte wat er gebeurde, waren er mannen over het hek geklommen en de compound binnengekomen. Mijn vrouw rende naar de woonkamer. Daar werd ze neergeschoten.”

‘Ik ga dood’ 

De aanvallen op christenen, die jaarlijks duizenden slachtoffers eisen, worden voornamelijk uitgevoerd door geradicaliseerde strijders uit de Fulani-stam. Zij willen het christendom uitroeien en de islam laten overheersen. Pastor Josiah hoorde stemmen in het Fulani schreeuwen dat hij de deur open moest doen.

“Toen ik de deur opende, werd ik bij mijn handen gegrepen en vastgebonden. De aanvallers namen me mee naar buiten en legden me op de grond.” Daar zag hij dat ook twee van zijn zoons en dochter Salama vastgebonden lagen. Ze werden gedwongen mee te lopen naar het kamp van de Fulani.

Terwijl ze wegliepen, hoorde Josiah zijn vrouw roepen. “Ze huilde: ‘Ik ga dood, ik ga dood’. Ik stond machteloos, ik kon niets doen.” Het was de laatste keer dat hij haar stem hoorde.

Eten als dieren

Josiah en zijn kinderen liepen de hele nacht. Vroeg in de ochtend kwamen ze aan in het kamp. Twee maanden werden ze daar gevangen gehouden, in erbarmelijke omstandigheden. “Het was extreem koud, we hadden weinig eten en werden ziek. Het weinige voedsel dat we kregen, werd over de vloer uitgestrooid, zodat we moesten eten als dieren. Ik liet mijn kinderen eerst eten en at zelf pas als zij klaar waren. De hele tijd zaten we vastgebonden.”

Ook de mentale druk was zwaar. “Ze scholden ons uit. Ze zeiden: ‘Jullie volgen Jezus. Waar is Hij dan nu?’ Ze zeiden dat we Allah moesten aanbidden”, zegt Josiah. “Bidden konden we alleen in ons hart. Zodra ik ook maar mijn hoofd boog, werd er geschreeuwd dat ik aan het bidden was en werden er wapens op me gericht.”

Losgeld

Op een dag werden zijn twee zoons eropuit gestuurd om losgeld te gaan halen. Hij gaf de jongens zijn eten mee en vertelde bij wie ze in hun dorp hulp konden vragen. Het liep anders. Josiah: “De ontvoerders namen hen mee op motorfietsen. Het was de laatste keer dat ik hen zag.”

Josiah en zijn dochter werden vrijgelaten met de mededeling dat er losgeld voor hen was betaald. Ze werden langs de kant van de weg achtergelaten en liepen terug naar hun dorp. Onderweg troffen ze een broer van Josiah. “Ik vroeg hem waar mijn zoons waren, maar hij zei dat ik met die vraag moest wachten tot we thuis waren.”

Nog meer verlies

Eenmaal thuis kreeg Josiah het verdrietige nieuws te horen dat zijn zoons Jonathan en Timothy waren vermoord. Wat Josiah niet wist, was dat hun lichamen waren gevonden op precies dezelfde plek langs de weg als waar Josiah zijn broer had gevraagd waar zijn zoons waren gebleven.

Het bleef niet bij dit verlies. Terwijl Josiah en Salama probeerden te herstellen, werd ook Josiahs jongere broer gedood. En in 2025 sloeg het noodlot opnieuw toe: zoon Rowland werd ontvoerd tijdens een aanval op het dorp en keerde niet levend terug.

‘Als ik zelf deze hulp niet had gehad, dan had ik opgegeven’

Waarom?
“Ik had het gevoel dat de wereld om me heen instortte, alsof ik helemaal alleen stond met deze pijn”, vertelt Josiah. “Ik bleef maar denken: waarom is mij dit allemaal overkomen? Als ik terugdenk aan Rebekah en het mooie leven dat we samen hadden, vraag ik God: waarom? Angst en haat kregen de overhand. Ik wilde wraak nemen voor wat mij is aangedaan.”

Pastor Josiah in gebed
Pastor Josiah in gebed

Die gevoelens beheersten lange tijd zijn leven. In een door Open Doors gesteund traumacentrum in Nigeria vond Josiah uiteindelijk hulp. Met een traumacounselor voerde hij gesprekken om emotioneel en geestelijk te herstellen. “Mijn bitterheid is minder geworden, mijn angst is afgenomen. Ik heb vrijheid gekregen. Wat ik hier heb geleerd, heeft me echt nieuwe kracht gegeven en al de negatieve intenties die ik in mijn hoofd had, afgebroken.”

‘God heeft nog werk voor mij’

Wat pastor Josiah heeft geleerd in het traumacentrum geeft hij nu door aan de mensen met wie hij eerder die dag rond het massagraf stond. Anders dan voorheen probeert hij rouw en verdriet de ruimte te geven, in plaats van dorpelingen te adviseren hun leven gewoon weer op te pakken.

“Als ik zelf deze hulp niet had gehad, dan had ik opgegeven. Mijn hart was gebroken, ik had geen hoop meer. Ik vroeg me af of mijn bediening ten einde was”, zegt hij. “Maar God heeft nog werk voor mij te doen. Hij zal me leiden.”

Scroll naar boven