Een groep christelijke Rohingya-vluchtelingen voelt zich in India zo bedreigd dat zij naar Nepal willen uitwijken. Dat heeft de Rohingya Christian Assembly (RCA) in Delhi laten weten.  

In India krijgen christelijke Rohingya – die in Myanmar vervolgd worden door zowel het leger als islamitische Rohingya – te maken met arrestaties en opsluiting in detentiecentra. Volgens hen biedt de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR geen hulp of bescherming. De RCA roept medechristenen op tot gebed om uit deze precaire situatie te komen. 

De onderkomens van christelijke Rohingya-gezinnen in een Indiaas opvangkamp zijn eind juli verwoest door andere kampbewoners. De vernielingen jagen zoveel schrik dat de christelijke Rohingya uit het kamp willen vertrekken.  

Omdat ze in India niet welkom zijn, zouden 115 christenen naar Nepal willen uitwijken, meldt een woordvoerder van RCA. Maar om de grens over te steken, moeten ze per persoon 12.000 roepies (omgerekend ruim 130 euro) betalen aan een niet nader genoemde instantie. Omdat de vluchtelingen dat bedrag niet kunnen opbrengen, vraagt RCA om gebed voor deze groep. 

Minderheid binnen minderheid 

De junta in Myanmar joeg in augustus 2017 naar schatting 700.000 Rohingya het land uit naar Bangladesh. Zij behoren tot de islamitische minderheid in het boeddhistische Myanmar. Ongeveer 40.000 Rohingya vluchtten nog verder, naar India.  

Christenen op hun beurt vormen een minieme minderheid binnen deze etnische minderheid (circa 1.500) en zijn dan ook dubbel kwetsbaar voor discriminatie en vervolging. Radicale moslims van de ARSA (een Rohingya-militie) vernietigden in 2020 een kerk en tientallen onderkomens van christenen in het vluchtelingenkamp Kutupalong in Bangladesh. Een meisje werd ontvoerd en gedwongen uitgehuwelijkt aan een islamitische strijder. 

“Christelijke Rohingya hebben niets behalve God”, laat de RCA-woordvoerder weten. “Elke dag staan ze voor de vraag hoe ze moeten overleven. Daarom hebben ze ons gebed en steun dringend nodig.”