Na een juridisch gevecht van dertien jaar mogen christenen in Maleisië toch het woord ‘Allah’ gebruiken als zij spreken of schrijven over God. Dat heeft het hooggerechtshof van Maleisië bepaald. Daarmee is een decreet van het ministerie van Binnenlandse Zaken vernietigd.

Christenen in Maleisië mogen naast ‘Allah’ nog drie andere Arabische woorden gebruiken in hun religieuze onderwijspublicaties: ‘Baitullah’ (huis van God), ‘Kaabah’ (de heiligste plaats van de islam in Mekka) en ‘solat’ (gebed).

Het juridische getouwtrek over de godsnaam speelt al vanaf 2008. Een christelijke vliegtuigpassagier moest toen op het vliegveld bij terugkeer uit Indonesië acht cd’s inleveren bij de douane, omdat op documenten van de cd het woord ‘Allah’ was gebruikt. In Maleisië is dit woord voor God al eeuwen in gebruik, zoals blijkt uit een 400 jaar oud Latijns-Maleisisch woordenboek. Sommige islamistische groepen vinden dit woordgebruik door niet-moslims echter een vorm van heiligschennis.

In 1986 was het gebruik van ‘Allah’ door de Maleisische regering verboden. In 2007 kreeg de rooms-katholieke krant The Herald een rechterlijke vermaning. In beide zaken heeft het hooggerechtshof het verbod ongeldig verklaard, omdat de grondwet van Maleisië godsdienstvrijheid garandeert.

Christenen maken minder dan 10 procent van de bevolking uit. Van de 32 miljoen inwoners van Maleisië is 60 procent moslim. Het land staat op de 46e plaats van de Ranglijst Christenvervolging, het jaarlijkse overzicht van Open Doors van vijftig landen waar christenen het zwaarst worden vervolgd.

Copyright foto: CEphoto, Uwe Aranas, CC BY-SA 3.0, via Wikimedia Commons