Met de benoeming van Ebrahim Raisi in juni als nieuwe president van Iran lijkt de harde lijn van strikt orthodoxe machthebbers zich alleen maar verder door te zetten. De verkiezingen in Iran vormden weer een dramatisch dieptepunt: van zeshonderd kandidaten werden er maar zeven goed bevonden door de Iraanse kiescommissie. Met een opkomst van 48,8 procent gaven kiezers aan weinig heil te zien in de hen voorgelegde keuzes.

Michael Bosch (analist voor de Ranglijst Christenvervolging): “De lage opkomst bij de presidentsverkiezingen laat zien dat de Iraanse bevolking alle hoop op verbetering van de situatie in het land verloren heeft.” President Raisi was hoofd van de rechterlijke macht. Die plek is nu ingenomen door Gholam Hossein. Zowel Raisi als Hossein wordt beschuldigd van betrokkenheid bij executies van duizenden politieke gevangenen in de jaren tachtig. Deze benoemingen laten zien dat de sjiitische orthodoxie nu de volledige controle heeft over het presidentschap, het parlement en de rechterlijke macht.

Nieuwe maatregel

Bosch: “De rechterlijke macht nam ook nog eens de ongeëvenaarde stap om de verantwoordelijkheid voor het geven van licenties aan advocaten naar zich toe te trekken. Al decennia lang probeert het Iraanse regime de activiteiten van onafhankelijke advocaten te dwarsbomen. Vanaf nu krijgen alleen advocaten die goedgekeurd zijn door het regime een licentie.” Deze nieuwe maatregel levert grote problemen op voor christenen en andere religieuze minderheden die gevangengenomen worden en juridische ondersteuning nodig hebben.

Bosch concludeert: “Het vooruitzicht voor ex-moslims is somber. Het Iraanse regime doet er alles aan om de macht vast te houden. Ayatollah Khamenei is aardig op leeftijd. Met de nieuwe president Raisi lijkt hij voor te sorteren op zijn opvolging. Daarmee is het zeer onwaarschijnlijk dat dit onderdrukkende regime op korte termijn zal veranderen.”

Iran staat op plaats 8 van de Ranglijst Christenvervolging.