De Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un is deze maand tien jaar aan de macht. Voor het overgrote deel van de bevolking, inclusief de christelijke minderheid, is er geen enkele reden tot feest. Het regime houdt de macht stevig in handen en afwijkend gedrag of vermoedens daarvan leidt tot arrestatie, detentie in een kamp of zelfs de dood. Eerder dit jaar nog vonden tientallen christenen de dood na een inval door de veiligheidstroepen.

In april 2012 nam Kim Jong-un officieel de leiding van de partij en het land over van zijn vader, die een paar maanden eerder was overleden.

Het land viert het jubileum zelf met een start op 11 april en een week vol evenementen en herdenkingen. Tijdens een bijeenkomst van de nationale partij prees een van Kim’s hoge functionarissen, Choe Ryong Hae, hem “als een begaafd denker, uitmuntend staatsman en niet te evenaren leider” (Bron: Reuters).

Gedurende de week zal ook de 110e herdenkingsdag van de geboorte van de opa van Kim Jong-un zijn: Kim Il-sung, de eerste leider van Noord-Korea.

Noord-Korea stond twintig jaar op de eerste plaats van de Ranglijst Christenvervolging en zakte dit jaar naar de tweede plaats, na Afghanistan. Dit betekent echter niet dat vervolging van christenen verminderd is. Integendeel, nog nooit was de totaalscore volgens de onderzoeksmethodiek van de Ranglijst Christenvervolging zo hoog als nu.