‘Ik was helemaal klaar met al die loze beloften’

Een zendeling vertelde de Indiase Sudeep* dat de Here Jezus zijn chronisch zieke vrouw kon genezen. “Die Jezus kon zichzelf niet eens redden aan het kruis”, lachte Sudeep hem uit. “Hoe kan Hij mijn vrouw dan redden?” Sudeep kwam erachter hoezeer hij ernaast zat.

Sudeep komt uit een afgelegen dorpje in Centraal-India. Hij was arm, maar leidde een rustig leven toen zijn vrouw chronisch ziek werd. Ze leed aan hevige gewrichtspijnen, waardoor ze niet meer normaal kon functioneren. Sudeep en zijn vrouw riepen de hulp in van artsen, gelovige hindoes en zelfs van magiërs. Niemand kon haar helpen.

“Een van die magiërs vroeg een enorm bedrag. Ik verdiende op dat moment maar 1500 roepie (ongeveer 18 euro, red.); ik kon het niet meer opbrengen”, vertelt Sudeep. “Ik besloot te stoppen met al die behandelingen, ik was helemaal klaar met al die loze beloften.”

‘Hoe kon Hij mijn vrouw redden?’

Een zendeling vertelde Sudeep dat de Here Jezus zijn vrouw kon genezen. Sudeep lachte hem uit. “Die Jezus kon zichzelf niet eens redden aan het kruis. Hoe kon Hij mijn vrouw dan redden?”
De zus van Sudeep dacht daar heel anders over. Ze wist niet goed hoe ze haar onwillige broer moest vertellen dat ze via een vriend tot geloof was gekomen, maar ze durfde haar schoonzus wel stiekem mee te nemen naar een kerk. En er gebeurde een wonder: Sudeeps vrouw merkte dat haar pijn verminderde als er voor haar gebeden werd.

Tot de pijn op een dag volledig verdween. Die dag nodigden de kerkleden Sudeep uit om naar de kerk te komen, zonder iets te zeggen over zijn vrouw. De dominee riep mensen op om berouw te tonen als ze zich schuldig voelden over hun verkeerde daden. “Ik sloot mijn ogen en toen het gebed begon, ervaarde ik iets bijzonders”, vertelt Sudeep. “Ik begon te huilen en te beven. Ik had berouw toen ik me herinnerde me hoe ik op een pamflet over de Here Jezus had staan stampen.” Toen het gebed voorbij was, zag hij ineens zijn vrouw staan, gezond en wel. Op dat moment besloot hij zijn leven aan de Heer te geven en Hem te dienen.

‘Ik doe niets verkeerds’

Sudeep volgde een Bijbelcursus en werd voorganger van een gemeente. Na twee jaar bediening begon de tegenstand. Eerst hield een hoge ambtenaar hem tijdens de kerkdiensten in de gaten, later werd hij opgepakt en belandde hij regelmatig in een smerige, donkere cel. Daar werd hij bedreigd en onder druk gezet zijn geloof op te geven.
Vaak was hij ontmoedigd, tot hij via Open Doors een training kreeg over hoe om te gaan met vervolging. “Ik leerde hoe vervolging mijn geloof vormt”, vertelt hij. “Maar ook dat ik rechten heb als burger van India, en dat ik niets verkeerds doe als ik mijn geloof uitleef.”

Op een dag werd Sudeep gedwongen naar een tempel in de buurt te gaan. “Als ik eraan terugdenk krijg ik nog de rillingen. Het hele dorp was erbij, politieagenten; ze dwongen me te buigen voor alle afgoden. Toen ik weigerde, scholden ze me uit en dreigden: ‘We scheuren je aan stukken als je dat buitenlandse geloof van je niet verlaat’. Op dat moment herinnerde de Here God me aan wat ik geleerd had tijdens de training. Ik wees mijn belagers vrijmoedig op mijn rechten, ik zei dat ik geen misdaad beging door voor te gaan in kerkdiensten.” De politieagenten draaiden zich verbaasd om naar de rest en kondigden aan dat ze Sudeep niet meer lastig moesten vallen.

“Ik heb zo vaak in angst geleefd, maar de Heer gaf me steeds de kracht die ik nodig had”, vertelt Sudeep. “Zijn liefde is alles wat ik nodig heb, en die geef ik voor niets ter wereld op!”

* Schuilnaam