Je zou hem kunnen vergelijken met zijn bijzondere naamgenoot uit de Bijbel: koningin Ester. Net als zij is Wimco pleitbezorger voor mensen die vanwege hun geloof in gevaar zijn. Soms werkt hij achter de schermen, soms in het openbaar; waar mogelijk gesteund door de gebeden van gelovigen. In de hoop dat de hedendaagse machthebbers, net als koning Ahasveros, in beweging komen voor mensen wie onrecht wordt aangedaan.

Wimco, ‘pleitbezorgen’, wat houdt dat in?

“De definitie die wij meestal gebruiken, is: ‘het beïnvloeden van de beïnvloeders’. Wij stellen steeds de vraag: hoe zetten we christenvervolging op een goede manier op de agenda van mensen met invloed? Dat kunnen mensen zijn die werken in de politiek, op het ministerie van Buitenlandse Zaken, voor collega-organisaties of in het bedrijfsleven.”

Hoe werkt dat in de praktijk?

“We werken op verschillende manieren. Zo brengt Open Doors door het jaar heen meerdere rapporten uit, zoals de jaarlijkse Ranglijst Christenvervolging, die eind januari weer uitkomt. Of het jaarlijkse Gender Specific Religious Persecution Report, dat verschillen in geloofsvervolging tussen mannen en vrouwen in kaart brengt.
Als zo’n rapport verschijnt, is dat een mooie aanleiding om contact op te nemen met politici. We vragen hen aandacht te besteden aan een bepaald land of een bepaalde situatie, bijvoorbeeld door het stellen van Kamervragen. Waar mogelijk doen we concrete aanbevelingen.

De ranglijst is ook een goed middel om naar buiten te treden voor een breder publiek. Het is ons eigen onderzoek: niet perfect, maar wel heel gedegen. Mensen houden van ranglijsten, een top-10, een top-50. Je maakt het probleem daarmee heel tastbaar. Ik hoor de ranglijst overigens steeds vaker langskomen, dan zegt men bijvoorbeeld: ‘India, dat staat op nummer tien op de Ranglijst Christenvervolging van Open Doors.’ De ranglijst heeft een zekere autoriteit gekregen, dat is mooi om te zien.

In Nederland werkt een ‘speciaal gezant voor religie en levensovertuiging’: Jos Douma. Met hem heb ik goed contact, en dat gaat over en weer. Onlangs vroeg hij mij bijvoorbeeld welke informatie Open Doors kon delen over de situatie van religieuze minderheden in Afghanistan. Maar ik benader hem ook met specifieke vragen. Bijvoorbeeld als iemand wordt opgepakt in een land waar de rechtsspraak zwaar te wensen overlaat. We kijken dan hoe er – en dat gaat meestal achter de schermen – invloed uitgeoefend kan worden om die rechtsspraak eerlijker te laten verlopen.
Waar mogelijk en waar nodig werken we daarbij samen met anderen. We kijken hoe we dezelfde boodschap naar voren kunnen laten komen, hoe we met een gezamenlijke inspanning de juiste mensen een zetje kunnen geven.”

Zijn er veel mensen in de politiek die zich druk maken om christenvervolging?

“We hebben goed contact met de ChristenUnie, de SGP en het CDA. Andere partijen zijn vaak wat meer terughoudend. Soms moet je een beetje mazzel hebben. Toen er, ik meen in 2020, Kamervragen gesteld werden bij het uitkomen van de ranglijst, hebben 50Plus en D66 medeondertekend. En een tijdje terug had ik een goed gesprek met Ruben Brekelmans van de VVD. Die zegt dan wel: ‘De VVD gaat voor mensenrechten in de volle breedte, niet alleen voor christenen.’ Maar dat is prima. Kijk, Open Doors zet zich heel specifiek in voor christenen die vervolgd worden. Maar als christenen vrij moeten zijn om te geloven wat ze willen, dan geldt dat ook voor anderen.

Ik zou graag zien dat we steeds bredere ingang krijgen bij politieke partijen en dat zij naar ons toekomen om informatie. Ze hoeven daarbij niet alles maar klakkeloos van ons over te nemen. Wees alsjeblieft kritisch; we staan open voor het gesprek. Maar ik hoop dat ze zich vervolgens in willen zetten voor godsdienstvrijheid.”

Welke situatie heeft indruk op je gemaakt?

“Jaren geleden heb ik bij een training voor de vervolgde kerk een voorganger ontmoet, een leuke jonge vent die ik mocht interviewen. Ik vroeg hem waar ik, eenmaal terug in Nederland, voor zou kunnen bidden. ‘Als ik gevangen gezet word’, begon hij. En ik dacht, nu gaat hij zeggen: ‘help me dan en lobby voor me’. Maar hij zei: ‘bid dan dat ik het volhoud’. Dat heeft diepe indruk op me gemaakt. Omdat ik wist dat de kans dat hij gevangen genomen zou worden heel reëel was. En een paar maanden later wérd hij gevangen genomen. Een heleboel mensen, onder wie ikzelf, hebben toen hard voor hem gebeden en gelobbyd. Uiteindelijk is hij het land uitgekomen. Een jaar later sprak hij op de Open Doors-dag en mocht ik hem begeleiden. Dat vond ik echt heel bijzonder!”

Wat motiveert jou om dit werk te blijven doen?

“Ik wil graag een verschil proberen te maken in het leven van mensen zoals jij en ik. Daarbij wil ik echt benadrukken dat vrijheid om te geloven wat je wilt een mensenrecht is. Een mensenrecht! Dat ik persoonlijk mensen heb ontmoet die lijden onder schendingen van dit recht, dat ze een gezicht hebben gekregen, dat is een enorme drijfveer in mijn werk.
Toch voel ik me soms ook machteloos. Dan denk ik: ‘Wat zit ik hier te lobbyen en te hobbyen op mijn vierkante meter, wat maak ik voor verschil?’ Maar niets doen is geen optie, dus ik blijf doen wat ik kan.”