Bangladesh staat vandaag, vrijdag 26 maart, stil bij vijftig jaar onafhankelijkheid. Voor Bengaalse christenen is er weinig reden tot feest.

In Alikodam, een plaatsje in het zuidoosten van het land, maakten overheidsfunctionarissen eind februari nog een kerk met de grond gelijk. Niet alleen het godshuis werd vernietigd, ook het land van de christelijke dorpelingen werd in beslag genomen. De bewoners werden met een verklaring weggestuurd dat dit stuk grond niet langer hun rechtmatige bezit was, ook al woonden ze er al generaties lang.

Een incident dat illustreert dat de geest van de oorspronkelijke grondwet die op 4 november 1972 werd getekend, al lang is vervlogen. Die beloofde namelijk aan alle inwoners het recht op vrijheid van geloof. Bangladesh noemde zichzelf in 1972 een seculiere staat. Maar dat predicaat was van korte duur. Slechts drie jaar na het uitroepen van de onafhankelijkheid werd president Sheikh Mujibur Rahman vermoord. In 1988 werd de grondwet gewijzigd en de islam uitgeroepen tot officiële staatsgodsdienst.  

Onverdraagzaamheid 

“De nadruk op religie leidde tot groeiende onverdraagzaamheid in Bangladesh”, meent dominee Michael Amol Adhikari, directeur van het Bangladesh Christian Institute. “Religieuze sentimenten werden een belangrijk instrument om stemmen te trekken van de bevolking. Christenen worden meer dan welke andere godsdienst ook gezien als een bedreiging voor de moslimbevolking in Bangladesh. Het gebeurt zelden dat een moslim besluit een hindoe of boeddhist te worden; veel vaker hoor je over moslims die christen worden.” 

Godsdienstige minderheidsgroepen krijgen weinig speelruimte. Toch gaan christenen in Bangladesh door met hun zoektocht naar vrijheid. Ze willen zonder angst Jezus kunnen volgen. Op een totale bevolking van 169.775.000 inwoners zijn in Bangladesh 903.000 christen. 

Historie 

Historisch gezien is het percentage christenen altijd al laag geweest. Toch bestaat de kerk in Bangladesh al honderden jaren. In de plaats Chandecan verrees in 1599 al de eerste katholieke kerk. De Engelse zendeling William Carey is een belangrijke protestantse zendeling die in 1793 voet aan wal zette in het land. Hij vertaalde de Bijbel in het Bangla, stelde het eerste woordenboek samen en speelde een belangrijke rol bij het opzetten van het schoolsysteem in het land.  

Christenen hebben ook in de afgelopen vijftig jaar revolutionaire veranderingen gebracht in het schoolsysteem en in de gezondheidszorg van het land. Adhikari: ‘’Iedereen weet dat christenen omkijken naar de armen in ons land.’’ 

Ondanks de geplaagde minderheidspositie van christenen in Bangladesh, benadrukt dominee Adhikari de groei van de kerk in zijn land. ”God is aan het werk. We zien vooral veel nieuwe gelovigen met een moslimachtergrond. De kerk groeit. Veel moslims zijn zoekers. We zien dat zelfs voormalige vervolgers uit de islam nu zelf christen zijn geworden.” 

God is bezig, zo gaat hij verder, “om lokale leiders onder de moslimbevolking klaar te maken voor Zijn toekomst. Deze nieuwe gelovigen zijn heel gepassioneerd om het evangelie te delen onder hun voormalige geloofsgenoten. Ze zijn niet te stoppen. Dit is alleen maar mogelijk omdat God bezig is met Zijn werk in ons land. Hij schenkt onze natie Zijn reddende genade.’’ 

Bangladesh staat op plaats 31 in de Ranglijst Christenvervolging