De Noord-Koreaanse Arbeiderspartij viert op zaterdag 10 oktober haar 75-jarig bestaan met een imposante militaire show. Maar de gewone bevolking zucht onder een dreigende hongersnood. Rijstoogsten zijn verwoest door tropische stormen. Tien miljoen Noord-Koreanen lijden honger. Om over de gevolgen van corona nog maar te zwijgen. Noord-Koreaanse christenen doen een indringend beroep op de wereldwijde kerk voor voorbede. Timothy Cho is een van hen. Hij werd geboren in Noord-Korea, het land dat zijn leven verwoestte. Sinds 2008 woont hij in het Verenigd Koninkrijk waar hij werkt bij Open Doors.

“Door de invloed van de Arbeiderspartij is mijn land veranderd in een staat waar niemand elkaar vertrouwt, zelfs binnen eigen gezinnen niet. Hwang Jang Jop, is de meest hooggeplaatste officieer uit Noord-Korea die ooit is overgelopen. Hij gaf openlijk toe dat het doel van de Arbeiderspartij was om het hele land te veranderen in één grote gevangenis.”

Cho heeft aan den lijve ervaren wat dat betekent. “Iedere hoop wordt systematisch uit het leven van jonge mensen gebannen. Zo jong als ik me kan herinneren werd ik op school gehersenspoeld met verhalen over de Kim-familie. Ze werden afgeschilderd als goden. Ik moest continu over hen nadenken, voor hen buigen. Iedere dag sprak de docent over hen. Ons werd geen tijd gegund om na te denken of dit goed of slecht was. Al op heel jonge leeftijd heb ik mijn hart volledig afgesloten.”

Wanhoop

De politieke onderdrukking drijft de jonge Timothy tot wanhoop. Als tiener onderneemt hij verschillende vluchtpogingen richting China. In de hoop op daar meer vrijheid te vinden. Maar hij belandt in totaal vier keer in de gevangenis en wordt door de Chinezen terug gestuurd naar Noord-Korea. Hij is getuige van onuitsprekelijke verschrikkingen in de gevangenis. In Noord-Korea is hij meer dan eens getuige van publieke executies. Uit de manier waarop hij praat, is duidelijk dat hij die herinneringen als een zware last met zich meetorst.

Op jonge leeftijd belandde Timothy op straat. Zijn ouders waren gevlucht naar het buitenland in de hoop hem later op te halen. Door allerlei obstakels mislukte dat. Pas na vele jaren vond een emotioneel weerzien plaats. “Een van de laatste keren dat ik mijn moeder zag, was op het station. Mijn moeder zwaaide naar me vanuit de trein. Ik stond met mijn ogen vol tranen. Dat beeld staat in mijn geheugen gegrift.”

Pas na negen jaar had Timothy als tiener een emotioneel weerzien met zijn eigen vader. “Ik herkende hem niet, ook al wist ik dat hij mijn vader was. Na alle moeilijke en eenzame jaren was mijn hart bevroren.” Het drong later pas stukje bij beetje tot hem door dat zijn vader zozeer onder druk van het regime had gestaan, dat hij noodgedwongen had moeten vluchten naar China. Hij had ingeschat dat hij zijn zoon later kon ophalen. Dat het negen jaar zou duren, heeft in de levens van hen allebei een diep litteken na gelaten. De jaren van zijn jeugd kan Timothy nooit meer overdoen.

“Het heeft lang geduurd voordat mijn hart kon ontdooien. Maar door Gods liefde vond ik mijn hoop en mijn dromen voor het leven terug. Dat is een moeilijk proces waar ik nog niet mee klaar ben. Ik vergelijk het soms een dolk die iemand in je rug steekt. Dat is pijnlijk. Maar nog pijnlijker is het wanneer iemand die dolk er weer uit trekt. Dan is het lijden nog niet voorbij. Het wordt erger. Dan ga je pas beseffen wat er met je is gebeurd. Er komt zuurstof bij de wond. Dan pas begint de verwerking.”

Inmiddels woont Timothy sinds 2008 in Engeland. Daar heeft hij zijn studie internationale betrekkingen en veiligheid afgerond. Hij heeft een leven opgebouwd in een vrij land. Juist de vrijheid die hij daar heeft geproefd, maakt dat hij gelooft dat er een dag zal aanbreken dat er ook voor zijn land een betere tijd zal aanbreken. “God hielp me om nieuwe dromen te dromen voor de toekomst van Noord-Korea. Ik weet niet hoe. Maar ik wil iets betekenen voor  mijn landgenoten. Als geen ander weet ik hoe moeilijk het leven daar is voor christenen.”

Een uitspraak van Duitse theoloog Dietrich Bonhoeffer is daarbij een inspiratiebron voor hem: “Als je niks doet, dan kies je ook.” En dat wil Timothy niet op zijn geweten hebben.  

Waarom worden christenen vervolgd in Noord-Korea?

Als een christen in Noord-Korea wordt ontdekt door de autoriteiten zijn er twee mogelijkheden. Hij wordt ter plekke neergeschoten, vaak inclusief zijn familieleden. Of hij wordt gedeporteerd naar een strafkamp, waar hij onder barre omstandigheden, soms levenslang, als dwangarbeider aan het werk wordt gezet. Bijna niemand slaagt erin om hier te ontsnappen. 

Alles en iedereen die niet exact hetzelfde denkt als de staatsideologie is een potentieel gevaar voor de Kim-dynastie en moet daarom uit de weg worden geruimd. Christenen hebben nauwelijks tot geen enkele plaats in de Noord-Koreaanse samenleving. Samenkomen met andere christenen is een hachelijke onderneming. Als het soms toch gebeurt, dan altijd op een geheime locatie, want de risico’s zijn enorm. Veel ouders in Noord-Korea delen zelfs niet met hun kinderen dat ze christen zijn, een te groot veiligheidsrisico. Kerken die in de stad Pyongyang worden getoond aan internationale bezoekers, dienen voornamelijk als propaganda. 

De achterdocht van het regime beïnvloedt iedere laag van de samenleving. Volgens Timothy Cho heeft de voorzichtige politieke toenadering tussen de Amerikaanse president Trump en de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un rondom de Olympische Spelen in 2018 daar niets aan veranderd. “De druk is de laatste jaren eerder toe genomen. Voor christenen is er niks veranderd. De politiek doet steeds vaker invallen bij burgersamenkomsten die de staat niet vertrouwt. De gewone bevolking in het land heeft geen enkele individuele speelruimte.” Al sinds 2002 staat Noord-Korea op nummer één op de Ranglijst Christenvervolging. Niet alleen worden ze zwaar onder druk gezet, ook is het geweld dat de staat inzet tegen christenen extreem.

Hoe ziet het leven van een christen eruit in Noord-Korea?

Iedere christen moet zijn geloof volledig geheim houden. Een Bijbel lezen kan alleen als je zeker weet dat je allen bent. Uit angst voor een kinderlijke verspreking houden veel ouders hun christelijk geloof zelfs verborgen voor hun eigen kinderen. De praktijk in Noord-Korea laat zien dat veel ouders hun geloof pas delen met hun kinderen als ze op middelbare schoolleeftijd zijn. 

Toch hebben naar schatting 300.000 christenen in Noord-Korea besloten dat ze deze risico’s waard vinden om Jezus na te volgen. Bij de organisatie Open Doors komen signalen binnen dat de kerk in Noord-Korea niet alleen overleeft, maar zelfs groeit. Volgens Timothy heeft de kerk in zijn land grote verwachtingen voor de toekomst. Een Noord-Koreaanse christen drukte zich treffend uit over zijn toekomstverwachting: “Er zal een dag komen dat de grenzen opengaan met Zuid-Korea, zodat we weer een worden. We hopen dat we samen met de Chinese kerk het evangelie kunnen brengen naar de donkerste plaatsen op deze wereld.”