Toen Farah – de tienjarige dochter van de islamitische Taher en Donya – ernstig ziek werd, waren haar ouders ten einde raad. Ze brachten haar naar allerlei moslimleiders om voor haar te bidden, maar er veranderde niets. Uit wanhoop vroeg Donya uiteindelijk christelijke vrienden om te bidden voor Farah. Dit deden ze en kort daarna bleek Farah te zijn genezen.

Donya bekeerde zich meteen tot het christelijk geloof. Na een tijd van twijfel, volgde Taher zijn vrouw en koos ook hij voor de Here Jezus. “Het was alsof een last van mijn schouders viel”,  vertelt Taher. “De last dat ik me zou moeten verantwoorden voor al mijn zonden als ik zou sterven, viel weg. Het voelde alsof ik zweefde. Dat was het mooiste moment in mijn leven.”

Om deze video te kunnen bekijken moet je ‘Sociale media en advertenties’-cookies accepteren. Klik hier om jouw cookie-instellingen te wijzigen.

Inval door de geheime dienst

De twee kenden de verhalen over invallen van de geheime dienst bij huiskerken. Toch besloten ze samenkomsten te organiseren met andere christenen. Op een dag krijgt Taher een onheilspellend telefoontje als hij aan het werk is. “Taher, je moet naar huis komen, nu!” Het was de geheime politie. Ze waren in zijn huis.

Donya was die ochtend thuis en herinnert zich het voorval nog goed. De geheime politie haalde alles overhoop op zoek naar bewijs van hun christelijk geloof. “In onze huiskerk zongen we altijd het lied ‘Alles geef ik over aan Jezus’”, vertelt Donya. “En we vroegen elkaar dan: ‘Ben jij bereid en ben jij er klaar voor om alles over te geven aan Hem?’.” Terwijl de agenten haar huis overhoop haalden, zei Donya tegen de Here God: “Ik ben er klaar voor om alles aan U over te geven.”

Maandenlang gevangen

Zodra Taher zijn huis binnenstapte, werd hij gearresteerd, geblinddoekt en afgevoerd. Wekenlang zetten autoriteiten hem onder druk om namen van andere christenen te delen. Nacht na nacht werd hij ondervraagd, maar hij liet niets los. Uiteindelijk, na een paar maanden, besloot de rechtbank Taher vrij te laten, onder voorwaarde dat hij zou stoppen met evangeliseren. Maar net als Petrus in de Bijbel, luisterde Taher hier niet naar. “Ik ging naar huis en pakte mijn werk meteen weer op.”

Uiteindelijk werd de situatie toch te gevaarlijk voor Taher en zijn familie in Iran. De geheime dienst volgde hen continu. Taher vond geen werk en de constante druk werd het gezin teveel. Op een nacht besluit het gezin al biddend Iran te ontvluchten.

‘Jezus Christus is alles waard’

Nu wonen Taher, Donya, Farah en hun andere dochter Arezoo als vluchtelingen in Turkije. Dit is niet makkelijk, want ze kennen de taal niet en hebben amper rechten in het land. Maar toch blijven ze vol hoop en vertrouwen ze op de Here God. Taher heeft zijn ondervragers en de geheime dienst vergeven. “De tijd die ik met de Here Jezus in de gevangenis had, bracht me echte vrijheid.”

Op de vraag of dit alles – hun bezittingen, huis en vrienden verliezen en Iran moeten verlaten – het waard was, antwoordt Donya: “Jezus Christus is alles waard en we hebben, naar mijn mening, nog geen enkele prijs voor Hem hoeven betalen.”

Iran staat op plek 8 van de Ranglijst Christenvervolging. In het land met ruim 83 miljoen inwoners leven naar schatting 800.000 christenen.

* schuilnaam