In Iran is met name de overheid verantwoordelijk voor de vervolging van christenen. Zij beschouwt het christendom als westerse invloed, een bedreiging voor het islamitische karakter van de staat. De Iraanse bevolking staat over het algemeen minder vijandig tegenover christenen uit traditionele kerken. Maar moslimbekeerlingen moeten voor hun veiligheid hun geloof vaak geheimhouden.

De situatie voor christenen

Iran telt twee groepen christenen: zij die van oorsprong al christen zijn, en moslimbekeerlingen. Het bestaan van de eerste groep wordt geaccepteerd, al worden zij wel gezien als tweederangsburgers. Zij mogen het Evangelie niet met moslims delen en hun kinderen volgen verplicht islamitisch onderwijs.

De tweede groep christenen betaalt een hoge prijs. Zij mogen geen kerkdiensten bezoeken. Zelfs het bezit van christelijke boeken in het Perzisch is ten strengste verboden. Zij hoeven ook geen steun te verwachten van hun familie of de gemeenschap. Die schamen zich voor hen en leggen beperkingen op om hen terug te laten keren naar de islam. Christenen die betrapt worden op – of verdacht worden van – evangelisatieactiviteiten, worden gearresteerd en krijgen lange gevangenisstraffen.

Voorbeelden van vervolging

Wat doet Open Doors?

Open Doors ondersteunt is samenwerking met lokale partners christenen in het Midden-Oosten onder meer met:

  • christelijke lectuur en trainingen
  • noodhulp voor slachtoffers van oorlog en conflicten in de regio
  • traumazorg zodat mensen hun ervaringen met vervolging en geweld kunnen verwerken
  • microkredieten of begeleiding bij het zoeken naar werk
  • activiteiten voor jong en oud om de gemeenschap te versterken.
  • christelijke lectuur en trainingen
  • noodhulp voor slachtoffers van oorlog en conflicten in de regio
  • traumazorg zodat mensen hun ervaringen met vervolging en geweld kunnen verwerken
  • microkredieten of begeleiding bij het zoeken naar werk
  • activiteiten voor jong en oud om de gemeenschap te versterken.