Drie Iraanse christenen zijn op 7 juni veroordeeld tot een gevangenisstraf, en vier anderen hebben boetes gekregen. Ze zijn bestraft op verdenking van het organiseren en stichten van huiskerken met “het oogmerk de nationale veiligheid te verstoren”.

De gevangenisstraffen zijn opgelegd aan de Iraans-Armeense voorganger Joseph Shahbazian en twee ex-moslima’s, Mina Khajavi (59) en Malihe Nazari (48). De voorganger kreeg tien jaar gevangenisstraf en zal na zijn vrijlating nog twee jaar in ballingschap moeten leven in een afgelegen deel van Iran. Na zijn vrijlating mag hij niet naar het buitenland reizen, mag geen lid worden van een sociale of politieke groepering en moet zich gedurende twee jaar regelmatig melden bij de Iraanse inlichtingendienst. De twee vrouwen zullen elk een gevangenisstraf van zes jaar moeten uitzitten. Eind juni kunnen de christenen tegen de uitspraak in beroep gaan.

Harde straffen tegen christenen

Volgens de mensenrechtenorganisatie Article18 was de rechter die de zaak voorzat, Iman Afshari, “hard op weg een reputatie op te bouwen van harde straffen tegen christenen”. In april veroordeelde Afshari, voorzitter van de Revolutionaire Rechtbank van Teheran, een andere bekeerde vrouw tot gevangenisstraf wegens “handelen tegen de nationale veiligheid” door het stichten en leiden van een huiskerk. Fariba Dalir zit momenteel een straf van twee jaar uit in de Evin-gevangenis in Teheran.

Reactie Iran op VN-rapport

Het nieuws van de straffen valt samen met de publicatie van een kritisch rapport van de Verenigde Naties over de mensenrechtensituatie in Iran. Teheran liet in een reactie weten dat de Iraniërs wel degelijk vrijheid van meningsuiting en van vergadering genieten. “Niemand wordt in Iran vervolgd voor het hebben van een mening of het behoren tot een bepaalde klasse of groep”, aldus de regering in een verklaring.

Iran staat op plaats 9 in de Ranglijst Christenvervolging.