Afghanistan leeft nu, in april, al acht maanden onder het bewind van de taliban. De humanitaire situatie is dramatisch.

Tienduizenden zijn het land ontvlucht, degenen die achterblijven wachten af. In een begin maart gepubliceerd rapport van de Verenigde Naties staat dat bijna vierhonderd burgers omgekomen zijn sinds de taliban de macht hebben overgenomen. Meer dan 80 procent van hen is gedood tijdens aanvallen door een groep verbonden aan Islamitische Staat (IS).

“Dezer dagen is er relatieve vrede, maar er heerst grote onzekerheid bij mensen naarmate de tijd vordert”, vertelt Open Doors-partner Hana Nasri*. “Het land zit in een schuldencrisis en is volledig afhankelijk van buitenlandse hulp. Duizenden zijn hun baan kwijtgeraakt door de politieke omwenteling.”

Nasri beschrijft de situatie in Afghanistan als “een humanitaire crisis. Er is een tekort aan water. Veel families leven verscholen bij elkaar. Als de elektriciteit uitvalt of als er iets kapot is, kunnen deze families niemand vragen om te helpen met de reparaties. Het weer verandert ook snel. We hebben geen lente gehad, het is meteen zomer geworden. Met deze hitte steken cholera en dysenterie de kop op. Veel mensen zijn ziek, en dat is niet alleen gerelateerd aan corona. De verwachting is dat het erger wordt als de hitte verder toeneemt.”

Onderwijs voor meisjes

Terwijl een aantal vrouwen in de gezondheidszorg en essentiële diensten toestemming hebben gekregen om aan het werk te gaan, mag de meerderheid niet werken. De taliban hebben publiekelijk verklaard dat Afghaanse meisjes vanaf 21 maart weer naar school mogen. Meisjes in de basisschoolleeftijd mogen inderdaad onder strenge beperkingen naar school, maar iedereen weet dat dit religieus onderwijs is. Een vertrouwd contact van Open Doors noemt het “hersenspoelen om informanten voor de toekomst te creëren”. Hij vervolgt: “Er wordt nu een heel nieuw systeem van indoctrinatie ingezet, en wat oudere meisjes hebben niet de vrijheid om naar school te gaan.”

Nasri voegt eraan toe  verhalen te horen over vrouwen die worden aangehouden en ontvoerd. “Niet alleen onder christenen, het kan iedereen gebeuren. Huiszoekingen gaan ook door. Intimidatie is aan de orde van de dag, elke andere vorm van religie dan de islam wordt niet getolereerd.”

Gebed om toekomst

Ze vraagt om gebed.  “Bid voor hen die geen werk hebben, dat God zal voorzien zodat ze hun families kunnen onderhouden. Bid dat onderwijs voor iedereen vrij toegankelijk zal zijn. Bid in het bijzonder voor vrouwen en gemarginaliseerde gemeenschappen. Bid alsjeblieft voor mensen van etnische minderheden, dat zij vrij kunnen leven in het land. Velen leven ondergedoken uit angst om ontdekt en vermoord te worden. Bid ook voor hen die een leidende positie bekleden, dat de Heer hun ogen mag openen om de waarheid te ontdekken en het land eerlijk en rechtvaardig te leiden.”

Afghanistan staat op de eerste plaats van de Ranglijst Christenvervolging, het jaarlijkse overzicht van landen waar christenen het zwaarst vervolgd worden.

*Schuilnaam