Christenen in Pakistan zijn zwaar teleurgesteld dat het wetsvoorstel op gedwongen bekering deze maand is afgewezen als on-islamitisch. Ze hadden hoop dat een nieuwe wet een einde zou maken aan dit schrijnende onrecht: ieder jaar worden ten minste 1000 Pakistaanse meisjes gedwongen te trouwen met een moslim. Veel meisjes worden eerst ontvoerd en daarna gedwongen te trouwen met een moslim.

Het gaat om kinderen jonger dan achttien jaar. Zeventig procent van de meisjes is christelijk, dertig procent is hindoe. In 2019 schreef de mensenrechtencommissie in Pakistan in haar jaarrapport dat “de overheid weinig heeft gedaan om deze gedwongen huwelijken te stoppen”.

In november van datzelfde jaar kreeg een parlementaire commissie de opdracht een wetsvoorstel te maken om deze misdadige praktijk een halt toe te roepen.

Sharia

Volgens de sharia (islamitische wetgeving) erft een kind zijn godsdienstige identiteit van de vader. Moslimvrouwen zijn verplicht te trouwen met een moslimman. Tegelijkertijd worden moslimmannen aangemoedigd om ook niet-islamitische vrouwen te trouwen. Dat leidt er namelijk toe dat hun nazaten als moslim door het leven zullen gaan.

Het komt veel voor dat jonge christelijke en hindoemeisjes worden ontvoerd uit hun eigen gemeenschap. Niet zelden worden ze uitgebuit, misbruikt, en gedwongen om moslim-baby’s te produceren. Een cultuur van straffeloosheid zorgt ervoor dat niemand er iets aan doet. De politie in Pakistan knijpt vaak een oogje toe en weigert in veel gevallen een onderzoek in te stellen als christelijke of hindoeïstische ouders een klacht indienen.

In 2018 beloofde president Imran Khan nog dat hij meisjes van religieuze minderheden in Pakistan zou beschermen tegen gedwongen huwelijken. Maar het lijkt erop dat hij is bezweken voor de druk van islamitische wetsgeleerden die in oktober een storm van protest op social media ontketenden tegen dat plan ontketenden. Zij verketterden het wetsvoorstel tegen gedwongen bekering als on-islamitisch. Eind oktober verzekerde Khan vooraanstaande moslimgeleerden in zijn land dat de wet niet bekrachtigd zou worden tijdens zijn regeringsperiode.

Gebedspunten:

  • Bid voor het grote onrecht dat veel jonge meisjes in Pakistan treft, dat ook voor hen “recht” zal geschieden (Amos 5:24).
  • Bid om bescherming van dappere advocaten en journalisten in Pakistan die het opnemen voor deze meisjes, vaak met gevaar voor eigen leven.

Pakistan staat op plaats 5 van de Ranglijst Christenvervolging.