In Bhutan ben je vrij om te denken en te geloven wat je wilt. Althans, dat is wat de grondwet zegt van dit kleine en bergachtige land, grenzend aan China en India. Dezelfde grondwet stelt dat het boeddhisme het “spirituele erfgoed van Bhutan” is en verbiedt “aansporing tot bekering”. Het christendom wordt gezien als een vreemde, buitenlandse religie die de nationale identiteit bedreigt. Voor de gelovigen in Bhutan betekent dit dat zij hun kruis moeten leren dragen. Lokale partners van Open Doors zoeken hen op om hen hiervoor te trainen. Maar hoe kan een training je helpen als je daadwerkelijk wordt vervolgd?
Onrechtvaardig behandeld
In het westen van Bhutan dient Raj Rai* een kleine gemeenschap als voorganger. “En dat is in Bhutan niet makkelijk. De meeste christenen komen samen als huisgemeentes. Voorgangers en kerkleiders moeten alles heel zorgvuldig voorbereiden. Elk onderdeel van de dienst, van de liturgie tot hoe laat mensen aankomen en weer weggaan, heeft veel aandacht nodig. We vertrouwen volledig op gebed en Gods leiding voor iedere stap. Onder alle druk is God altijd trouw gebleven. Hij geeft ons middelen en strategieën om met onze unieke situatie om te gaan.”
“In Bhutan moeten christenen veel uitdagingen het hoofd bieden. Op het werk worden ze onrechtvaardig behandeld of kunnen ze bepaald werk niet krijgen. Christelijke kinderen moeten op school veel verduren. Ze worden buitengesloten en sommige kinderen moeten zelfs van school omdat ze over het christendom hebben gepraat met hun vrienden.”

Anders reageren op vervolging
“Een van de grootste zegeningen voor onze kerken is de training geweest die ons voorbereidt op vervolging”, gaat voorganger Raj verder. “Wanneer geloof niet diepgeworteld is, raken mensen ontmoedigd. Sommigen glijden af. Daarom is de training die leert om te gaan met vervolging heel belangrijk in Bhutan. Het leert christenen om vervolging te begrijpen vanuit bijbels perspectief. Dat beproevingen niet gek of onverwacht zijn. En ook dat onze reactie hierop belangrijk is. We kunnen boos reageren, maar ook met geloof, wijsheid en genade.”
“De druk bleef, maar zijn reactie veranderde. Hij veranderde van een slachtoffer in een getuige.”
“Door deze training verdwijnt de vervolging niet, maar word de kerk standvastiger. Het brengt duidelijkheid en geeft moed, bouwt doorzettingsvermogen, verandert angst in gebed en verwarring in doelgerichtheid. Ik heb het voorrecht dat ik nu een van de trainers ben die deze training mag geven. Daardoor ken ik veel getuigenissen van deelnemers van wie hun leven is veranderd door deze training.”
“Ik mocht oplopen met een christelijke jongeman. Hij was bang, werd op school beledigd door klasgenoten en leraren, hij schaamde zich en was ontmoedigd. ‘Dominee, misschien is het makkelijker als ik mijn geloof niet laat zien’, zei de vermoeide en eenzame jongen. Door de training leerde hij over de geestelijke aard van vervolging. Hierdoor veranderde zijn perspectief. Zijn echte vijanden waren niet zijn leraren en klasgenoten. Hij begon voor hen te bidden. Zijn last viel van hem af, zijn geest werd helder en hij kon weer lachen. De druk bleef, maar zijn reactie veranderde. Hij veranderde van een slachtoffer in een getuige.”
Op straat gezet met kinderen
Hoe een leven lang vervolgd worden eruitziet, weet Dema*, een vrouw van eind vijftig. Ze vertelt over de periode dat haar kinderen jong waren en zij nog geen christen was. “Mijn kinderen werden vaak ziek. Ik deed allerlei rituelen, maar niets hielp. Toen zei iemand me dat ik tot Jezus moest bidden. Toen ik dat deed, genazen ze en werden ze niet langer ziek.” Hierdoor besloot Dema haar leven aan de Here Jezus te geven en Hem te volgen.
“Ik voelde toen een onverklaarbare vrede in mijn hart. Maar het leven met mijn echtgenoot en mijn gemeenschap werd steeds moeilijker. De mensen uit mijn dorp maakten me belachelijk en vermeden mij. Mijn familie verstootte me en mijn man bespotte me dag en nacht.”

Op een dag zette haar man Dema op straat, samen met haar vijf dochters, waarvan de jongste nog maar een jaar oud was. “Hij zei: ‘Jij hoort buiten, met je kinderen’, duwde ons naar buiten en sloot de deuren. Hoewel hij me al veel langer had bedreigd, had ik nooit gedacht dat dit me echt zou overkomen.” Dema trok met de kinderen in een geïmproviseerd hutje. Familieleden hielpen met wat rijst en een matras, maar “mijn man kwam nooit kijken hoe het met ons ging. Met kleine klusjes verdiende ik wat geld voor voedsel en kleding voor mijn kinderen.”
Hoop voor echtgenoot
Het leven van Dema werd een jarenlange geloofstest. Haar dochters zijn inmiddels volwassen, alleen de jongste woont nog bij haar. “Sommige mensen hielpen me af en toe, maar mijn leven lang heb ik in een isolement geleefd. Soms bespotten mensen me nog steeds omdat ik Jezus volg.”
Dema’s voorganger bracht een haar een aantal maanden geleden in contact met lokale partners van Open Doors. Dankzij hulp kon Dema een kleine winkel openen. Blij vertelt ze dat ze nu omgerekend bijna drie euro per dag verdient. “Dit is een grote hulp voor me. Ik heb al veel schulden kunnen afbetalen.” Nog altijd hoopt Dema dat haar man zal veranderen. “Bid voor hem, dat de Here God zijn ogen opent voor Zijn waarheid en liefde. Er is geen andere God dan Jezus!”
“De Bijbel leert ons dat wij de weg van het kruis moeten gaan. Alles wat ons overkomt is onderdeel geworden van ons leven en we dragen het als een kruis.”
Niet welkom
Voorganger Dorji* kwam jaren geleden tot geloof, nadat de Here Jezus hem genas van een dodelijke ziekte. Verschillende familieleden kwamen daarna ook tot geloof, maar anderen verbraken alle banden met hen. Op zijn werk werd hij genegeerd door zijn collega’s. Maar in zijn kerk werd hij onderwezen door zijn voorganger, en zijn geloof groeide. Nu geeft hij alweer bijna zestien jaar zelf leiding aan een gemeente van ongeveer 28 gezinnen.

“Veel christenen worstelen om huisvesting te vinden. Ze kunnen geen huis huren op een goede locatie, omdat de mensen hun huizen niet willen verhuren aan christenen. Ze kijken op ons neer”, vertelt Dorji. “Hetzelfde geldt voor onze bijeenkomsten. De overheid in Bhutan erkent geen enkele kerk, dus huren we locaties voor onze bijeenkomsten, tot de eigenaren ons vragen om te vertrekken of de buren gaan klagen. Dan verhuizen we naar de volgende plek. Enkele invoelende, zachtaardige mensen hebben ons toegestaan om te blijven. Hierdoor kunnen we toch bijeenkomen.”
Lokale partners van Open Doors trainen voorganger Dorji en zijn gemeenteleden om met de weerstand om te gaan. Dorji: “De Bijbel leert ons dat wij de weg van het kruis moeten gaan. Alles wat ons overkomt is onderdeel geworden van ons leven en we dragen het als een kruis. Ik geef deze lessen nu door aan mijn gemeenteleden en andere gelovigen.”
Bhutan staat op plek 34 van de Ranglijst Christenvervolging.
(* Schuilnamen)
Bid voor christenen in Bhutan
- Bid om moed en standvastigheid voor de minder dan 20.000 christenen in Bhutan. Zij vormen met slechts 2,4% van de totale bevolking een kleine minderheid.
- Bid voor voorgangers zoals Raj Rai en Dorji, die onder hoge druk leidinggeven aan hun gemeentes.
- Bid voor de man van Dema, dat hij de Here Jezus mag leren kennen, zoals Dema hoopt. Bid ook voor Dema en haar dochters.
- Bid dat de christenen in Bhutan getuigen mogen zijn naar hun omgeving. Bid om groei van de kerk in Bhutan.
- Bid voor de regering van Bhutan. Bid voor de Bhutanese koning Jigme Khesar Namgyel Wangchuck.
Bhutan
Bhutan staat op plek 34 van de Ranglijst Christenvervolging van Open Doors.
Inspiratiemail
Wil je ook graag via de e-mail op de hoogte gehouden worden van komende Open Doors-evenementen en nieuws uit de vervolgde kerk? Schrijf je in en ontvang elke maand de inspiratiemail van Open Doors.

